Niet beantwoorden vraag in aangifte leidde tot navordering
De belastingdienst kan fouten in aanslagen herstellen door het opleggen van een navorderingsaanslag. Daarvoor is vereist dat de belastingdienst over een zogenaamd nieuw feit beschikt, dat wil zeggen dat er informatie moet zijn waarover de belastingdienst bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet beschikte. Navordering is mogelijk zonder een nieuw feit als de belastingplichtige te kwader trouw heeft gehandeld en daardoor aanvankelijk te weinig belasting is geheven. Een navorderingsaanslag moet binnen vijf jaar na afloop van het jaar waarop de aanslag betrekking heeft zijn opgelegd.
Volgens Hof Den Bosch beschikte de inspecteur die een navorderingsaanslag oplegde aan een agrarische ondernemer niet over een nieuw feit. In verband met de verandering van de landbouwvrijstelling per 27 juni 2000 wilde een ondernemer zijn bedrijfswoning met ondergrond per 26 juni 2000 naar zijn privévermogen overbrengen. Onder de oude regeling was de waardevermeerdering van de ondergrond van de bedrijfswoning bij de overgang naar het privévermogen namelijk vrijgesteld. Onder de nieuwe regeling is elke waardeverandering van de grond die los staat van de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer van een landbouwbedrijf belast. De landbouwer had de overgang wel in zijn aangifte verwerkt, maar niet op de aangifte aangekruist dat hij gebruik maakte van de landbouwvrijstelling in dat jaar. Daardoor was hij te kwader trouw, omdat de inspecteur niet bij een vluchtige inspectie kon controleren of de wijze van beantwoorden van de cruciale vragen in overeenstemming was met de overige gegevens uit de aangifte. Van belang was dat de adviseur van de ondernemer ruim voor het indienen van de aangifte er door de belastingdienst op was gewezen dat het beantwoorden van deze vraag verplicht was.
De belastingdienst kan fouten in aanslagen herstellen door het opleggen van een navorderingsaanslag. Daarvoor is vereist dat de belastingdienst over een zogenaamd nieuw feit beschikt, dat wil zeggen dat er informatie moet zijn waarover de belastingdienst bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet beschikte. Navordering is mogelijk zonder een nieuw feit als de belastingplichtige te kwader trouw heeft gehandeld en daardoor aanvankelijk te weinig belasting is geheven. Een navorderingsaanslag moet binnen vijf jaar na afloop van het jaar waarop de aanslag betrekking heeft zijn opgelegd.
Volgens Hof Den Bosch beschikte de inspecteur die een navorderingsaanslag oplegde aan een agrarische ondernemer niet over een nieuw feit. In verband met de verandering van de landbouwvrijstelling per 27 juni 2000 wilde een ondernemer zijn bedrijfswoning met ondergrond per 26 juni 2000 naar zijn privévermogen overbrengen. Onder de oude regeling was de waardevermeerdering van de ondergrond van de bedrijfswoning bij de overgang naar het privévermogen namelijk vrijgesteld. Onder de nieuwe regeling is elke waardeverandering van de grond die los staat van de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer van een landbouwbedrijf belast. De landbouwer had de overgang wel in zijn aangifte verwerkt, maar niet op de aangifte aangekruist dat hij gebruik maakte van de landbouwvrijstelling in dat jaar. Daardoor was hij te kwader trouw, omdat de inspecteur niet bij een vluchtige inspectie kon controleren of de wijze van beantwoorden van de cruciale vragen in overeenstemming was met de overige gegevens uit de aangifte. Van belang was dat de adviseur van de ondernemer ruim voor het indienen van de aangifte er door de belastingdienst op was gewezen dat het beantwoorden van deze vraag verplicht was.