Niet afwachten uitkomst boekenonderzoek verhinderde navordering
In 1995 diende een BV een verzoek om een ruling te verlenen in bij de inspecteur, die betrekking zou hebben op door de BV ontvangen en betaalde royalties. In verband met dat verzoek besloot de inspecteur in november 1997 een boekenonderzoek in te stellen. Ruim voor die tijd had hij de aanslag vennootschapsbelasting 1993 van de BV al conform de aangifte vastgesteld. Het boekenonderzoek vormde de aanleiding voor het opleggen van een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1993. Hof Amsterdam was van oordeel dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag vennootschapsbelasting 1993 door het rulingverzoek op de hoogte had kunnen zijn van wijzigingen in de structuur van royaltyvergoedingen. Hoewel de in het rulingverzoek vermelde feiten aanleiding waren voor het instellen van een boekenonderzoek wachtte de inspecteur de uitkomsten van dat onderzoek niet af. Dat vormde een ambtelijk verzuim wat het opleggen van de navorderingsaanslag verhinderde. De Hoge Raad vond de uitspraak van het Hof juist.
In 1995 diende een BV een verzoek om een ruling te verlenen in bij de inspecteur, die betrekking zou hebben op door de BV ontvangen en betaalde royalties. In verband met dat verzoek besloot de inspecteur in november 1997 een boekenonderzoek in te stellen. Ruim voor die tijd had hij de aanslag vennootschapsbelasting 1993 van de BV al conform de aangifte vastgesteld. Het boekenonderzoek vormde de aanleiding voor het opleggen van een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over 1993. Hof Amsterdam was van oordeel dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag vennootschapsbelasting 1993 door het rulingverzoek op de hoogte had kunnen zijn van wijzigingen in de structuur van royaltyvergoedingen. Hoewel de in het rulingverzoek vermelde feiten aanleiding waren voor het instellen van een boekenonderzoek wachtte de inspecteur de uitkomsten van dat onderzoek niet af. Dat vormde een ambtelijk verzuim wat het opleggen van de navorderingsaanslag verhinderde. De Hoge Raad vond de uitspraak van het Hof juist.