Niet aangeven alimentatie door gemachtigde was toe te rekenen aan belastingplichtige
Een vrouw ontving al een aantal jaren alimentatie van haar ex-echtgenoot. Tot en met 2000 was de alimentatie steeds in de aangiften inkomstenbelasting opgenomen. In het jaar 2001 gebeurde dit niet. Haar adviseur gebruikte een niet goedgekeurd aangifteprogramma en moest daarom de door hem verzorgde aangiften nogmaals inleveren. Ook in de tweede aangifte van de vrouw was de alimentatie niet opgenomen. In de correspondentie met de belastingdienst tijdens de behandeling van de aangiften gaf de adviseur wel aan, dat er fouten in de aangifte zaten, maar de alimentatie werd niet alsnog aangegeven. De belastingdienst legde uiteindelijk de aanslag op met een vergrijpboete van € 3.000. Hof Leeuwarden was van oordeel, dat de handelwijze van de adviseur zo onzorgvuldig was geweest, dat er van het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte kon worden gesproken. Die opzet kon worden toegerekend aan de vrouw, omdat zij nooit een afschrift van de aangifte had gezien en het ingeleverde aangiftebiljet niet had ondertekend. Dat had haar volgens het Hof aan het twijfelen moeten brengen over de gang van zaken.
Een vrouw ontving al een aantal jaren alimentatie van haar ex-echtgenoot. Tot en met 2000 was de alimentatie steeds in de aangiften inkomstenbelasting opgenomen. In het jaar 2001 gebeurde dit niet. Haar adviseur gebruikte een niet goedgekeurd aangifteprogramma en moest daarom de door hem verzorgde aangiften nogmaals inleveren. Ook in de tweede aangifte van de vrouw was de alimentatie niet opgenomen. In de correspondentie met de belastingdienst tijdens de behandeling van de aangiften gaf de adviseur wel aan, dat er fouten in de aangifte zaten, maar de alimentatie werd niet alsnog aangegeven. De belastingdienst legde uiteindelijk de aanslag op met een vergrijpboete van € 3.000. Hof Leeuwarden was van oordeel, dat de handelwijze van de adviseur zo onzorgvuldig was geweest, dat er van het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte kon worden gesproken. Die opzet kon worden toegerekend aan de vrouw, omdat zij nooit een afschrift van de aangifte had gezien en het ingeleverde aangiftebiljet niet had ondertekend. Dat had haar volgens het Hof aan het twijfelen moeten brengen over de gang van zaken.