
De inspecteur mag bij het vaststellen van een aanslag inkomstenbelasting uitgaan van de juistheid van de ingediende aangifte. Hij hoeft alleen dan een nader onderzoek in te stellen als hij aan de juistheid van een of meer in de aangifte opgenomen gegevens behoort te twijfelen. De inspecteur hoeft aan de juistheid van een vermelding in de aangifte niet te twijfelen indien daarvoor een andere, niet onwaarschijnlijke, verklaring mogelijk is.
Volgens Hof Arnhem hoeft de omstandigheid dat voor een terbeschikkingstelling wel kosten maar geen opbrengsten zijn verantwoord, terwijl op de balans alleen schulden staan, geen reden voor twijfel aan de juistheid van de aangifte te zijn. Het is niet onwaarschijnlijk dat in verband met de terbeschikkingstelling schulden zijn aangegaan voordat de feitelijke terbeschikkingstelling is begonnen, zodat er nog geen inkomsten te verantwoorden zijn. In dit geval bleek pas bij de aanslagregeling voor het jaar 2004 dat voor de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen geen huur in rekening was gebracht. Naar het oordeel van het hof beschikte de inspecteur over een nieuw feit, waardoor hij door het opleggen van navorderingsaanslagen op de jaren 2002 en 2003 kon terugkomen.