Negatief inkomen op aanslag geldt als verliesbeschikking
De belastingdienst legde aan iemand een aanslag inkomstenbelasting 1996 op naar een belastbaar inkomen van negatief ƒ 77.128. Er was geen beschikking van de inspecteur waarbij hij het verlies op dat bedrag vaststelde. Omdat het originele biljet ontbrak kon de inspecteur niet bewijzen, dat op de achterkant daarvan een andersluidende verliesbeschikking was afgedrukt. Volgens Hof Amsterdam lag voor de hand dat het verlies van een jaar bij de gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag genomen beschikking op hetzelfde negatieve bedrag was vastgesteld. De latere brief van de inspecteur, waarin hij het verlies over 1996 op nihil stelde, moest volgens het Hof worden gezien als een beschikking, ondanks het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing of de bepaling, dat het eerder vastgestelde verlies bij beschikking werd herzien. Naar het oordeel van het Hof was er sprake van een schrijf- of typefout van de inspecteur, omdat gelet op zijn eerdere brief de bedoeling duidelijk was om het verlies op nihil vast te stellen en niet op het aangegeven negatieve inkomen. De gemaakte fout was volgens het Hof redelijkerwijs kenbaar. Dat betekende dat de inspecteur de beschikking mocht herzien zonder nieuw feit.
De belastingdienst legde aan iemand een aanslag inkomstenbelasting 1996 op naar een belastbaar inkomen van negatief ƒ 77.128. Er was geen beschikking van de inspecteur waarbij hij het verlies op dat bedrag vaststelde. Omdat het originele biljet ontbrak kon de inspecteur niet bewijzen, dat op de achterkant daarvan een andersluidende verliesbeschikking was afgedrukt. Volgens Hof Amsterdam lag voor de hand dat het verlies van een jaar bij de gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag genomen beschikking op hetzelfde negatieve bedrag was vastgesteld. De latere brief van de inspecteur, waarin hij het verlies over 1996 op nihil stelde, moest volgens het Hof worden gezien als een beschikking, ondanks het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing of de bepaling, dat het eerder vastgestelde verlies bij beschikking werd herzien. Naar het oordeel van het Hof was er sprake van een schrijf- of typefout van de inspecteur, omdat gelet op zijn eerdere brief de bedoeling duidelijk was om het verlies op nihil vast te stellen en niet op het aangegeven negatieve inkomen. De gemaakte fout was volgens het Hof redelijkerwijs kenbaar. Dat betekende dat de inspecteur de beschikking mocht herzien zonder nieuw feit.