Nederlandse vrijstelling tandtechniekers strookt niet met EG-richtlijn
In een procedure voor Hof Amsterdam is in geschil de vrijstelling van omzetbelasting voor tandtechnici. Tot 1 januari 1996 was die vrijstelling uitsluitend van toepassing op tandtechnici met een vakdiploma. De ondernemer in deze procedure beschikte niet over een dergelijk diploma. Het maken van protheses besteedde hij uit bij laboratoria in binnen- en buitenland. Met ingang van 1 december 1997 is de vrijstellingsbepaling in de wet op de omzetbelasting aangepast door het laten vervallen van de eis van een vakdiploma. Sinds die datum is iedere levering van een tandtechnisch product vrijgesteld. Op grond van een resolutie gold die vrijstelling ook voor de periode van 1 januari 1996 tot 1 december 1997. De zesde EG-richtlijn verbindt aan de vrijstelling echter de voorwaarde van een bewijs van vakbekwaamheid. Op grond van die richtlijnbepaling is Hof Amsterdam van oordeel, dat tot 1 december 1997 geen vrijstelling geldt. Voor de periode daarna claimde de ondernemer vrijstelling van omzetbelasting voor zijn leveringen op grond van de wettelijke bepaling gecombineerd met het recht op afttrek van voorbelasting onder verwijzing naar de zesde EG-richtlijn. Die opvatting strookt volgens het Hof niet met de systematiek van vrijstellingen. Hoewel de richtlijn nog steeds de eis van vakbekwaamheid stelt is het Hof van oordeel, dat er met ingang van 1 december 1997 een beroep op de wettelijke vrijstelling kan worden gedaan. Gevolg van een beroep op de vrijstelling is dat de voorbelasting niet in aftrek kan worden gebracht.
In een procedure voor Hof Amsterdam is in geschil de vrijstelling van omzetbelasting voor tandtechnici. Tot 1 januari 1996 was die vrijstelling uitsluitend van toepassing op tandtechnici met een vakdiploma. De ondernemer in deze procedure beschikte niet over een dergelijk diploma. Het maken van protheses besteedde hij uit bij laboratoria in binnen- en buitenland. Met ingang van 1 december 1997 is de vrijstellingsbepaling in de wet op de omzetbelasting aangepast door het laten vervallen van de eis van een vakdiploma. Sinds die datum is iedere levering van een tandtechnisch product vrijgesteld. Op grond van een resolutie gold die vrijstelling ook voor de periode van 1 januari 1996 tot 1 december 1997. De zesde EG-richtlijn verbindt aan de vrijstelling echter de voorwaarde van een bewijs van vakbekwaamheid. Op grond van die richtlijnbepaling is Hof Amsterdam van oordeel, dat tot 1 december 1997 geen vrijstelling geldt. Voor de periode daarna claimde de ondernemer vrijstelling van omzetbelasting voor zijn leveringen op grond van de wettelijke bepaling gecombineerd met het recht op afttrek van voorbelasting onder verwijzing naar de zesde EG-richtlijn. Die opvatting strookt volgens het Hof niet met de systematiek van vrijstellingen. Hoewel de richtlijn nog steeds de eis van vakbekwaamheid stelt is het Hof van oordeel, dat er met ingang van 1 december 1997 een beroep op de wettelijke vrijstelling kan worden gedaan. Gevolg van een beroep op de vrijstelling is dat de voorbelasting niet in aftrek kan worden gebracht.