Nederlandse douane niet gebonden aan -onjuiste- tariefinlichting Finse douane
In een procedure over de indeling voor de douanerechten van een trekker die was bedoeld om opleggers op industrieterreinen en in industriegebouwen te verplaatsen verzocht de Hoge Raad in 2003 aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een prejudiciële beslissing te geven. De Finse douane had een vergelijkbaar voertuig namelijk in een andere categorie ingedeeld dan de Nederlandse douane. De Nederlandse importeur deed een beroep op de indeling door de Finse douane. De Hoge Raad oordeelde dat de Nederlandse importeur geen partij was geweest bij de indeling door de Finse douane. De Hoge Raad wilde van het Hof van Justitie EG weten of de nationale rechter in een dergelijk geval de bevoegdheid heeft om zelf tot een indeling te komen of dat hij verplicht is om prejudiciële vragen te stellen. Volgens het Hof van Justitie EG is de hoogste nationale rechter verplicht om uitleg van het EG-recht te vragen aan het Hof, tenzij: 1. de vraag niet relevant is voor de uitleg van het geschil;2. de betreffende bepaling al eerder door het Hof van Justitie EG is uitgelegd;3. er geen twijfel bestaat over de juiste uitleg van die bepaling.Het Hof van Justitie EG was van oordeel dat de indeling die de Finse douane had toegepast niet juist was. Het voertuig in kwestie was geen transportwagen met eigen beweegkracht, dat werd gebruikt voor goederenvervoer en evenmin een trekker van perronwagentjes. Onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie EG verklaarde de Hoge Raad het beroep van de importeur ongegrond.
In een procedure over de indeling voor de douanerechten van een trekker die was bedoeld om opleggers op industrieterreinen en in industriegebouwen te verplaatsen verzocht de Hoge Raad in 2003 aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een prejudiciële beslissing te geven. De Finse douane had een vergelijkbaar voertuig namelijk in een andere categorie ingedeeld dan de Nederlandse douane. De Nederlandse importeur deed een beroep op de indeling door de Finse douane. De Hoge Raad oordeelde dat de Nederlandse importeur geen partij was geweest bij de indeling door de Finse douane. De Hoge Raad wilde van het Hof van Justitie EG weten of de nationale rechter in een dergelijk geval de bevoegdheid heeft om zelf tot een indeling te komen of dat hij verplicht is om prejudiciële vragen te stellen. Volgens het Hof van Justitie EG is de hoogste nationale rechter verplicht om uitleg van het EG-recht te vragen aan het Hof, tenzij: 1. de vraag niet relevant is voor de uitleg van het geschil;2. de betreffende bepaling al eerder door het Hof van Justitie EG is uitgelegd;3. er geen twijfel bestaat over de juiste uitleg van die bepaling.Het Hof van Justitie EG was van oordeel dat de indeling die de Finse douane had toegepast niet juist was. Het voertuig in kwestie was geen transportwagen met eigen beweegkracht, dat werd gebruikt voor goederenvervoer en evenmin een trekker van perronwagentjes. Onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie EG verklaarde de Hoge Raad het beroep van de importeur ongegrond.