Navorderingsaanslag is mogelijk na ontbinding BV

Het feit, dat een vennootschap in liquidatie is getreden en de vereffening inmiddels is voltooid heeft niet tot gevolg, dat geen navorderingsaanslag kan worden opgelegd aan de vennootschap over een jaar, waarin de vennootschap nog wel bestond. De belastingschuld vloeit rechtstreeks voort uit de wet en bestond dus al voordat de vennootschap in liquidatie trad. Niet van belang is dat de aanslag op een later tijdstip is vastgesteld. Op verzoek van de schuldeiser, dat is de belastingdienst, aan de rechtbank kan de vereffening worden heropend. Daarom kan niet gezegd worden dat het opleggen van een navorderingsaanslag zinloos is. De procedure betrof de waardering van de pensioenverplichting van een Nederlandse BV op het moment van verplaatsing van de feitelijke leiding naar de Antillen. Na de verplaatsing zag de directeur/grootaandeelhouder af van zijn pensioenrechten. Vanwege de grote kans daarop accepteerde de fiscus de in de aangifte opgenomen hoogte van de pensioenvoorziening niet. De Hoge Raad heeft de uitspraak van Hof Arnhem vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Den Bosch. Hof Arnhem had, omdat een tijdens de procedure gedaan compromisvoorstel was verworpen, de tussen partijen overeengekomen waardering van de pensioenverplichting niet overgenomen zonder daarvoor een onderbouwing te geven. Daarmee had het Hof zijn uitspraak onvoldoende gemotiveerd.
Het feit, dat een vennootschap in liquidatie is getreden en de vereffening inmiddels is voltooid heeft niet tot gevolg, dat geen navorderingsaanslag kan worden opgelegd aan de vennootschap over een jaar, waarin de vennootschap nog wel bestond. De belastingschuld vloeit rechtstreeks voort uit de wet en bestond dus al voordat de vennootschap in liquidatie trad. Niet van belang is dat de aanslag op een later tijdstip is vastgesteld. Op verzoek van de schuldeiser, dat is de belastingdienst, aan de rechtbank kan de vereffening worden heropend. Daarom kan niet gezegd worden dat het opleggen van een navorderingsaanslag zinloos is. De procedure betrof de waardering van de pensioenverplichting van een Nederlandse BV op het moment van verplaatsing van de feitelijke leiding naar de Antillen. Na de verplaatsing zag de directeur/grootaandeelhouder af van zijn pensioenrechten. Vanwege de grote kans daarop accepteerde de fiscus de in de aangifte opgenomen hoogte van de pensioenvoorziening niet. De Hoge Raad heeft de uitspraak van Hof Arnhem vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Den Bosch. Hof Arnhem had, omdat een tijdens de procedure gedaan compromisvoorstel was verworpen, de tussen partijen overeengekomen waardering van de pensioenverplichting niet overgenomen zonder daarvoor een onderbouwing te geven. Daarmee had het Hof zijn uitspraak onvoldoende gemotiveerd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u