Navordering niet toegestaan door systeemfout
De belastingdienst kan een te lage aanslag herstellen door het opleggen van een navorderingsaanslag. Voorwaarde voor het opleggen van een navorderingsaanslag is het bestaan van een nieuw feit, dat is een feit dat de inspecteur bij het vaststellen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was. Verder is navordering mogelijk als de belastingplichtige bij het indienen van de aangifte te kwader trouw is geweest of als de aanslag als gevolg van een schrijf- of typefout van de inspecteur voor de belastingplichtige duidelijk kenbaar te laag is vastgesteld.
In het geval van namens de erfgenamen gedane gezamenlijke aangifte successierecht, waaruit een verkrijging per erfgenaam van € 309.000 en een saldo van de nalatenschap van € 2,8 miljoen bleek, volgde een "beschikking geen aanslag".
De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de "beschikking geen aanslag" het gevolg was van een kenbare vergissing, waardoor in de beschikkingen iets anders was vastgelegd dan de inspecteur wilde. Om die reden meende de inspecteur dat het hem toegestaan was om navorderingsaanslagen op te leggen aan de erfgenamen. De erfgenamen meenden dat het automatiseringssysteem van de belastingdienst verantwoordelijk was voor de onjuiste beschikking. De systeemfout was door een gebrek aan controle bij de aanslagregeling niet aan het licht gekomen. De rechtbank vond gezien het saldo van de nalatenschap aannemelijk dat de aanslagregelende medewerker per abuis het vakje "beschikking geen aanslag" had aangevinkt. Dat betekende dat er geen sprake was van een systeemfout, maar van een onjuiste handeling. Navordering was in dit geval mogelijk.
In hoger beroep oordeelde Hof Den Haag anders. Het Hof vond dat de "beschikking geen aanslag" het gevolg was van een onjuiste gegevensverwerking welke voortvloeide uit een door de belastingdienst gekozen werkwijze. De gevolgen van die werkwijze zijn voor rekening van de belastingdienst en verhinderen het opleggen van een navorderingsaanslag.
De belastingdienst kan een te lage aanslag herstellen door het opleggen van een navorderingsaanslag. Voorwaarde voor het opleggen van een navorderingsaanslag is het bestaan van een nieuw feit, dat is een feit dat de inspecteur bij het vaststellen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was. Verder is navordering mogelijk als de belastingplichtige bij het indienen van de aangifte te kwader trouw is geweest of als de aanslag als gevolg van een schrijf- of typefout van de inspecteur voor de belastingplichtige duidelijk kenbaar te laag is vastgesteld.
In het geval van namens de erfgenamen gedane gezamenlijke aangifte successierecht, waaruit een verkrijging per erfgenaam van € 309.000 en een saldo van de nalatenschap van € 2,8 miljoen bleek, volgde een "beschikking geen aanslag".
De inspecteur stelde zich op het standpunt dat de "beschikking geen aanslag" het gevolg was van een kenbare vergissing, waardoor in de beschikkingen iets anders was vastgelegd dan de inspecteur wilde. Om die reden meende de inspecteur dat het hem toegestaan was om navorderingsaanslagen op te leggen aan de erfgenamen. De erfgenamen meenden dat het automatiseringssysteem van de belastingdienst verantwoordelijk was voor de onjuiste beschikking. De systeemfout was door een gebrek aan controle bij de aanslagregeling niet aan het licht gekomen. De rechtbank vond gezien het saldo van de nalatenschap aannemelijk dat de aanslagregelende medewerker per abuis het vakje "beschikking geen aanslag" had aangevinkt. Dat betekende dat er geen sprake was van een systeemfout, maar van een onjuiste handeling. Navordering was in dit geval mogelijk.
In hoger beroep oordeelde Hof Den Haag anders. Het Hof vond dat de "beschikking geen aanslag" het gevolg was van een onjuiste gegevensverwerking welke voortvloeide uit een door de belastingdienst gekozen werkwijze. De gevolgen van die werkwijze zijn voor rekening van de belastingdienst en verhinderen het opleggen van een navorderingsaanslag.