Navordering met verlengde termijn
Wanneer aanvankelijk te weinig belasting is geheven kan de inspecteur dat corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag. De termijn voor het opleggen van een navorderingsaanslag is vijf jaar. Deze termijn begint te lopen na afloop van het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft. Voor in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen geldt een verlengde termijn van 12 jaar.
De belastingdienst maakte gebruik van de verlengde termijn om een navorderingsaanslag op te leggen die betrekking had op door een buitenlands bedrijf betaalde provisie voor de verkoop van een Nederlandse dochteronderneming. De provisie werd betaald aan een werknemer van de Nederlandse dochter op een Zwitserse bankrekening. De werknemer beweerde dat de provisie voor de helft toekwam aan zijn zwager, maar erkende dat hij zijn aandeel niet in zijn aangifte inkomstenbelasting had opgenomen. Daarop baseerde de rechtbank dat de werknemer niet de vereiste aangifte had gedaan, met omkering en verzwaring van de bewijslast als gevolg. De werknemer slaagde er vervolgens niet in te bewijzen dat de opgelegde navorderingsaanslag niet juist was. De gehele provisie was op naam van de werknemer uitbetaald op een door hem opgemaakte factuur. De afspraak om de provisie te delen met zijn zwager bleek nergens uit. De omkering van de bewijslast geldt overigens niet voor zover het beroep betrekking heeft op een opgelegde vergrijpboete. Omdat niet kon worden uitgesloten dat de zwager wel de helft van de provisie had ontvangen was de rechtbank van oordeel dat de opgelegde boete van 50% van de nagevorderde belasting te hoog was. De rechtbank verminderde de boete voor dat gedeelte tot 25% van de nagevorderde belasting.
Wanneer aanvankelijk te weinig belasting is geheven kan de inspecteur dat corrigeren door het opleggen van een navorderingsaanslag. De termijn voor het opleggen van een navorderingsaanslag is vijf jaar. Deze termijn begint te lopen na afloop van het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft. Voor in het buitenland opgekomen inkomensbestanddelen geldt een verlengde termijn van 12 jaar.
De belastingdienst maakte gebruik van de verlengde termijn om een navorderingsaanslag op te leggen die betrekking had op door een buitenlands bedrijf betaalde provisie voor de verkoop van een Nederlandse dochteronderneming. De provisie werd betaald aan een werknemer van de Nederlandse dochter op een Zwitserse bankrekening. De werknemer beweerde dat de provisie voor de helft toekwam aan zijn zwager, maar erkende dat hij zijn aandeel niet in zijn aangifte inkomstenbelasting had opgenomen. Daarop baseerde de rechtbank dat de werknemer niet de vereiste aangifte had gedaan, met omkering en verzwaring van de bewijslast als gevolg. De werknemer slaagde er vervolgens niet in te bewijzen dat de opgelegde navorderingsaanslag niet juist was. De gehele provisie was op naam van de werknemer uitbetaald op een door hem opgemaakte factuur. De afspraak om de provisie te delen met zijn zwager bleek nergens uit. De omkering van de bewijslast geldt overigens niet voor zover het beroep betrekking heeft op een opgelegde vergrijpboete. Omdat niet kon worden uitgesloten dat de zwager wel de helft van de provisie had ontvangen was de rechtbank van oordeel dat de opgelegde boete van 50% van de nagevorderde belasting te hoog was. De rechtbank verminderde de boete voor dat gedeelte tot 25% van de nagevorderde belasting.