Navordering douanerechten toegestaan na controle achteraf
Een douane-expediteur voerde ondermeer skischoenen en snowboardschoenen in. Bij de aangifte ten invoer deelde de douane-expediteur de schoenen in onder de goederencode voor schoenen met een bovendeel van leder, hoewel de schoenen een bovendeel van textiel hadden. Daarbij hoorde een andere goederencode en een ander tarief aan douanerechten. De douane aanvaardde aanvankelijk de aangiften, maar kwam daarop na een onderzoek terug door het opleggen van een navorderingsaanslag. De douane wees het tegen de navorderingsaanslag gemaakte bezwaar af. In de procedure voor Hof Amsterdam voerde de douane-expediteur aan dat navordering niet mogelijk was omdat de douaneautoriteiten hem niet de juiste indeling van de goederen hadden meegedeeld en hij de aangiften volledig te goeder trouw onder een andere tariefpost had gedaan. Het Hof wees deze stellingen af. Uit de door de douane overgelegde stukken bleek dat er telefonisch contact was geweest en dat de douane een brief aan de expediteur had gezonden. De douane-expediteur kon niet bewijzen dat de douane hem niet had geïnformeerd over de juiste tariefindeling. Ook het beroep op goede trouw als grond voor vernietiging van de navorderingsaanslag werd afgewezen. Navordering is niet mogelijk wanneer er door een vergissing van de douane te weinig rechten zijn geheven. Deze vergissing mag voor de belastingschuldige niet kenbaar zijn en moet het gevolg zijn van een actieve gedraging van de douane. Als laatste voorwaarde geldt in een dergelijk geval dat de belastingschuldige te goeder trouw moet hebben gehandeld en aan alle voorschriften heeft voldaan. In dit geval was niet gesteld of gebleken dat de douane een vergissing had gemaakt.
Een douane-expediteur voerde ondermeer skischoenen en snowboardschoenen in. Bij de aangifte ten invoer deelde de douane-expediteur de schoenen in onder de goederencode voor schoenen met een bovendeel van leder, hoewel de schoenen een bovendeel van textiel hadden. Daarbij hoorde een andere goederencode en een ander tarief aan douanerechten. De douane aanvaardde aanvankelijk de aangiften, maar kwam daarop na een onderzoek terug door het opleggen van een navorderingsaanslag. De douane wees het tegen de navorderingsaanslag gemaakte bezwaar af. In de procedure voor Hof Amsterdam voerde de douane-expediteur aan dat navordering niet mogelijk was omdat de douaneautoriteiten hem niet de juiste indeling van de goederen hadden meegedeeld en hij de aangiften volledig te goeder trouw onder een andere tariefpost had gedaan. Het Hof wees deze stellingen af. Uit de door de douane overgelegde stukken bleek dat er telefonisch contact was geweest en dat de douane een brief aan de expediteur had gezonden. De douane-expediteur kon niet bewijzen dat de douane hem niet had geïnformeerd over de juiste tariefindeling. Ook het beroep op goede trouw als grond voor vernietiging van de navorderingsaanslag werd afgewezen. Navordering is niet mogelijk wanneer er door een vergissing van de douane te weinig rechten zijn geheven. Deze vergissing mag voor de belastingschuldige niet kenbaar zijn en moet het gevolg zijn van een actieve gedraging van de douane. Als laatste voorwaarde geldt in een dergelijk geval dat de belastingschuldige te goeder trouw moet hebben gehandeld en aan alle voorschriften heeft voldaan. In dit geval was niet gesteld of gebleken dat de douane een vergissing had gemaakt.