Naheffingsaanslag opgelegd aan onderdeel van BTW-carrousel
Een handelaar in computerprocessors (CPU's) was ondernemer voor de omzetbelasting. De handelaar was onderdeel van een zogenaamde carrousel, bedoeld om de BTW te ontlopen. Hof Den Bosch vond aannemelijk dat het bedrijf in Nederland was gevestigd ondanks de tussenschakeling van een Duitse rechtspersoon. Uit onderzoek van de Duitse Belastingdienst was gebleken dat vanuit het Duitse adres van de vennootschap geen leveringen of diensten werden verricht. Er was sprake van een vast patroon, waarin CPU's, afkomstig van in Nederland gevestigde leveranciers, in Nederland aan de handelaar werden geleverd en door hem werden afgeleverd aan koeriers, die voor aflevering aan in Nederland gevestigde bedrijven zorgdroegen. Die koeriers reden weliswaar met de CPU’s de grens over, maar de handelaar had geen bewijsstukken van afhaaltransacties door buitenlandse afnemers of van leveringen in andere lidstaten van de EU. Alle door de handelaar verrichte leveringen vonden volgens het Hof in Nederland plaats. Op dergelijke leveringen is het normale tarief omzetbelasting van toepassing. Omdat geen omzetbelasting in rekening was gebracht werd deze geacht in de vergoeding te zijn begrepen. De verschuldigde omzetbelasting bedroeg 17,5/117,5 van ƒ 9.465.468, dat is ƒ 1.409.750 (€ 639.717). De belastingdienst had een naheffingsaanslag opgelegd van ƒ 1.725.000. Het Hof verlaagde deze tot ƒ 1.409.750.
Een handelaar in computerprocessors (CPU's) was ondernemer voor de omzetbelasting. De handelaar was onderdeel van een zogenaamde carrousel, bedoeld om de BTW te ontlopen. Hof Den Bosch vond aannemelijk dat het bedrijf in Nederland was gevestigd ondanks de tussenschakeling van een Duitse rechtspersoon. Uit onderzoek van de Duitse Belastingdienst was gebleken dat vanuit het Duitse adres van de vennootschap geen leveringen of diensten werden verricht. Er was sprake van een vast patroon, waarin CPU's, afkomstig van in Nederland gevestigde leveranciers, in Nederland aan de handelaar werden geleverd en door hem werden afgeleverd aan koeriers, die voor aflevering aan in Nederland gevestigde bedrijven zorgdroegen. Die koeriers reden weliswaar met de CPU’s de grens over, maar de handelaar had geen bewijsstukken van afhaaltransacties door buitenlandse afnemers of van leveringen in andere lidstaten van de EU. Alle door de handelaar verrichte leveringen vonden volgens het Hof in Nederland plaats. Op dergelijke leveringen is het normale tarief omzetbelasting van toepassing. Omdat geen omzetbelasting in rekening was gebracht werd deze geacht in de vergoeding te zijn begrepen. De verschuldigde omzetbelasting bedroeg 17,5/117,5 van ƒ 9.465.468, dat is ƒ 1.409.750 (€ 639.717). De belastingdienst had een naheffingsaanslag opgelegd van ƒ 1.725.000. Het Hof verlaagde deze tot ƒ 1.409.750.