Naheffingsaanslag loonbelasting aan buitenlands uitzendbureau terecht
Het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing dat Nederland heeft gesloten met het Verenigd Koninkrijk bepaalt dat het werkland belasting mag heffen over inkomen uit niet-zelfstandige arbeid. Er geldt een uitzondering wanneer de werknemer bewijst dat hij niet meer dan 183 dagen in een kalenderjaar in de werkstaat verblijft. Voor zover het verdrag de heffing aan Nederland toewijst gelden voor de loonbelasting voor in Nederland werkzame buitenlandse uitzendbureaus dezelfde regels als voor binnenlandse uitzendbureaus. De wet op de loonbelasting merkt de werkzaamheden van een buitenlands uitzendbureau in Nederland aan als een vaste inrichting in Nederland. Op deze bepaling baseerde de inspecteur een naheffingsaanslag loonbelasting voor een Engels uitzendbureau dat werkzaam was in Nederland. Het uitzendbureau dat 696 werknemers in dienst had die werden uitgeleend voor arbeid in Nederland slaagde er niet in te bewijzen dat een of meer van de werknemers in 2000 niet meer dan 183 dagen in Nederland verbleef of verbleven. Nederland was voor alle verloonde werknemers heffingsbevoegd voor de loonbelasting. Het uitzendbureau voldeed niet aan de Nederlandse administratieve verplichtingen. Zo ontbraken (kopieën) van identiteitsbewijzen en/of loonbelastingverklaringen. Volgens Hof Den Bosch had de inspecteur bij het vaststellen van een naheffingsaanslag loonbelasting terecht in die gevallen het anoniementarief toegepast. In de gevallen waarin alleen een loonbelastingverklaring ontbrak was het anoniementarief van toepassing omdat de betrokken werknemers hun naam, adres en woonplaats ook niet op andere wijze dan via de loonbelastingverklaring aan de werkgever hadden verstrekt.
Het verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing dat Nederland heeft gesloten met het Verenigd Koninkrijk bepaalt dat het werkland belasting mag heffen over inkomen uit niet-zelfstandige arbeid. Er geldt een uitzondering wanneer de werknemer bewijst dat hij niet meer dan 183 dagen in een kalenderjaar in de werkstaat verblijft. Voor zover het verdrag de heffing aan Nederland toewijst gelden voor de loonbelasting voor in Nederland werkzame buitenlandse uitzendbureaus dezelfde regels als voor binnenlandse uitzendbureaus. De wet op de loonbelasting merkt de werkzaamheden van een buitenlands uitzendbureau in Nederland aan als een vaste inrichting in Nederland. Op deze bepaling baseerde de inspecteur een naheffingsaanslag loonbelasting voor een Engels uitzendbureau dat werkzaam was in Nederland. Het uitzendbureau dat 696 werknemers in dienst had die werden uitgeleend voor arbeid in Nederland slaagde er niet in te bewijzen dat een of meer van de werknemers in 2000 niet meer dan 183 dagen in Nederland verbleef of verbleven. Nederland was voor alle verloonde werknemers heffingsbevoegd voor de loonbelasting. Het uitzendbureau voldeed niet aan de Nederlandse administratieve verplichtingen. Zo ontbraken (kopieën) van identiteitsbewijzen en/of loonbelastingverklaringen. Volgens Hof Den Bosch had de inspecteur bij het vaststellen van een naheffingsaanslag loonbelasting terecht in die gevallen het anoniementarief toegepast. In de gevallen waarin alleen een loonbelastingverklaring ontbrak was het anoniementarief van toepassing omdat de betrokken werknemers hun naam, adres en woonplaats ook niet op andere wijze dan via de loonbelastingverklaring aan de werkgever hadden verstrekt.