Naheffing premies over bovenmatige reiskostenvergoeding gehandhaafd

Het UWV legde aan een werkgever correctienota’s premieheffing werknemersverzekeringen op, gebaseerd op de uitkomst van een boekenonderzoek van de belastingdienst. Daaruit bleek de betaling van bovenmatige reiskostenvergoedingen. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep lieten deze correctienota’s in stand. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep waaruit bleek dat het op de weg van de werkgever ligt om aannemelijk te maken dat sprake is van kostenvergoedingen en niet van loon ingeval van betalingen aan werknemers. De rechtbank was van oordeel dat de werkgever niet aannemelijk maakte dat berekening van de correctie met betrekking tot de reiskostenvergoedingen onjuist was. De werkgever onderbouwde zijn stelling dat aan de werknemers in 1997 en 1998 geen reiskostenvergoeding was verstrekt in verband met de terbeschikkingstelling van lease-auto's niet. Volgens de Centrale Raad van Beroep was niet aangetoond dat de betreffende werknemers in die jaren de beschikking hadden gekregen over lease-auto’s. De kilometeradministratie over 1999 voldeed niet aan de daaraan gestelde vereisten. Dat de belastingdienst een gewijzigd standpunt ten aanzien van de reiskostenvergoedingen innam op basis van de feiten in het controlerapport had niet tot gevolg dat de correctienota’s van het UWV ook moesten vervallen. Het UWV heeft namelijk een eigen verantwoordelijkheid en hoefde daarom zijn standpunt niet te herzien op basis van een niet onderbouwde standpuntwijziging van de belastingdienst.
Het UWV legde aan een werkgever correctienota’s premieheffing werknemersverzekeringen op, gebaseerd op de uitkomst van een boekenonderzoek van de belastingdienst. Daaruit bleek de betaling van bovenmatige reiskostenvergoedingen. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep lieten deze correctienota’s in stand. De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep waaruit bleek dat het op de weg van de werkgever ligt om aannemelijk te maken dat sprake is van kostenvergoedingen en niet van loon ingeval van betalingen aan werknemers. De rechtbank was van oordeel dat de werkgever niet aannemelijk maakte dat berekening van de correctie met betrekking tot de reiskostenvergoedingen onjuist was. De werkgever onderbouwde zijn stelling dat aan de werknemers in 1997 en 1998 geen reiskostenvergoeding was verstrekt in verband met de terbeschikkingstelling van lease-auto's niet. Volgens de Centrale Raad van Beroep was niet aangetoond dat de betreffende werknemers in die jaren de beschikking hadden gekregen over lease-auto’s. De kilometeradministratie over 1999 voldeed niet aan de daaraan gestelde vereisten. Dat de belastingdienst een gewijzigd standpunt ten aanzien van de reiskostenvergoedingen innam op basis van de feiten in het controlerapport had niet tot gevolg dat de correctienota’s van het UWV ook moesten vervallen. Het UWV heeft namelijk een eigen verantwoordelijkheid en hoefde daarom zijn standpunt niet te herzien op basis van een niet onderbouwde standpuntwijziging van de belastingdienst.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u