Naheffing premies over baromzet touringcarchauffeurs

Het UWV legde aan een touringcarbedrijf naheffingsaanslagen premies werknemersverzekeringen met boete op over de baropbrengsten die de chauffeurs tijdens busritten realiseerden. Deze voordelen waren niet in de loonadministratie verwerkt. De rechtbank vernietigde deze naheffingsaanslagen, omdat er geen sprake was van loon. Er was namelijk niet voldaan aan de voorwaarde dat de verkoop van consumpties mede in het belang van de werkgever was. Het UWV had verzuimd om na te gaan of de werkgever belang had bij de verkoop van consumpties aan de passagiers. Voor de Centrale Raad van Beroep voerde het UWV aan dat betalende buspassagiers ervan uitgaan dat er aan boord van de autobus consumpties worden verkocht omdat dat bij dergelijke busritten gebruikelijk is. Een nader onderzoek was daarom niet nodig. De werkgever voerde aan dat het gebruik van barfaciliteiten aan de buspassagiers niet in het vooruitzicht werd gesteld, dat passagiers in dit marktsegment dit niet verwachten en dat op het merendeel van de ritten nauwelijks verkoop van consumpties plaatsvond. Volgens de Centrale Raad van Beroep had het UWV de voordelen uit de verkoop van consumpties terecht als loon aangemerkt. De (tweedehands) bussen van de werkgever waren uitgerust met een koffieautomaat en een koelkast. De werkgever had deze zaken niet uit de autobussen laten verwijderen en bood de chauffeurs de gelegenheid deze te gebruiken voor de verkoop van consumpties. Daaruit leidde de Centrale Raad van Beroep af dat de werkgever deze serviceverlening op prijs stelde. De Raad deelde het standpunt van het UWV dat deze verkoop algemeen gebruikelijk is en al om die reden mede in het belang van de werkgever is. De rechtbank had de naheffingsaanslagen ten onrechte vernietigd. De werkgever was verplicht om ook deze voordelen voor de chauffeurs in de loonadministratie te verwerken en om opgave te doen van het door zijn werknemers genoten loon. Door de opbrengst van de consumptieverkoop buiten de boeken te houden had de werkgever zich niet aan deze administratieve verplichting gehouden.Volgens de Centrale Raad van Beroep was dat een bewuste keuze van de werkgever.Daarom mocht het UWV de premiebedragen schatten. Het risico van een te hoge schatting was voor de werkgever. Ook mocht het UWV de baropbrengsten direct bruteren omdat de werkgever door het niet administreren van de baropbrengsten had aangegeven de wettelijk voorgeschreven inhoudingen op het loon voor zijn rekening te willen nemen. Ook de boete was terecht opgelegd omdat door het niet voldoen aan de administratieplicht sprake was van opzet of grove schuld van de werkgever.
Het UWV legde aan een touringcarbedrijf naheffingsaanslagen premies werknemersverzekeringen met boete op over de baropbrengsten die de chauffeurs tijdens busritten realiseerden. Deze voordelen waren niet in de loonadministratie verwerkt. De rechtbank vernietigde deze naheffingsaanslagen, omdat er geen sprake was van loon. Er was namelijk niet voldaan aan de voorwaarde dat de verkoop van consumpties mede in het belang van de werkgever was. Het UWV had verzuimd om na te gaan of de werkgever belang had bij de verkoop van consumpties aan de passagiers. Voor de Centrale Raad van Beroep voerde het UWV aan dat betalende buspassagiers ervan uitgaan dat er aan boord van de autobus consumpties worden verkocht omdat dat bij dergelijke busritten gebruikelijk is. Een nader onderzoek was daarom niet nodig. De werkgever voerde aan dat het gebruik van barfaciliteiten aan de buspassagiers niet in het vooruitzicht werd gesteld, dat passagiers in dit marktsegment dit niet verwachten en dat op het merendeel van de ritten nauwelijks verkoop van consumpties plaatsvond. Volgens de Centrale Raad van Beroep had het UWV de voordelen uit de verkoop van consumpties terecht als loon aangemerkt. De (tweedehands) bussen van de werkgever waren uitgerust met een koffieautomaat en een koelkast. De werkgever had deze zaken niet uit de autobussen laten verwijderen en bood de chauffeurs de gelegenheid deze te gebruiken voor de verkoop van consumpties. Daaruit leidde de Centrale Raad van Beroep af dat de werkgever deze serviceverlening op prijs stelde. De Raad deelde het standpunt van het UWV dat deze verkoop algemeen gebruikelijk is en al om die reden mede in het belang van de werkgever is. De rechtbank had de naheffingsaanslagen ten onrechte vernietigd. De werkgever was verplicht om ook deze voordelen voor de chauffeurs in de loonadministratie te verwerken en om opgave te doen van het door zijn werknemers genoten loon. Door de opbrengst van de consumptieverkoop buiten de boeken te houden had de werkgever zich niet aan deze administratieve verplichting gehouden.Volgens de Centrale Raad van Beroep was dat een bewuste keuze van de werkgever.Daarom mocht het UWV de premiebedragen schatten. Het risico van een te hoge schatting was voor de werkgever. Ook mocht het UWV de baropbrengsten direct bruteren omdat de werkgever door het niet administreren van de baropbrengsten had aangegeven de wettelijk voorgeschreven inhoudingen op het loon voor zijn rekening te willen nemen. Ook de boete was terecht opgelegd omdat door het niet voldoen aan de administratieplicht sprake was van opzet of grove schuld van de werkgever.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u