Naheffing over bovenmatige vergoedingen was terecht, evenals boete van 10%

De Wet op de Loonbelasting kent strikte voorschriften voor onbelaste vergoedingen. Vaste vergoedingen zijn alleen onbelast als er een specificatie van de vergoeding is en een onderbouwing daarvan aan de hand van uitgaven van de betrokken werknemers. Een metselbedrijf betaalde in de jaren 1995 tot en met 2000 aan alle werknemers een vaste kostenvergoeding van ƒ 4 per dag. De CAO-vergoeding voor werkkleding, laarzen en gereedschappen bedroeg vanaf 1 juli 1999 ƒ 4 per dag. In de voorafgaande jaren was de CAO-vergoeding lager en werd het verschil aangemerkt als koffiegeld. Na een controle van de belastingdienst werden afspraken gemaakt over een kostentoets. De inspecteur wees 14 werknemers aan, die vanaf 1 november 2000 gedurende een periode van 1 jaar de bonnen met betrekking tot de door hen aangeschafte werkkleding, schoenen en gereedschappen moesten bewaren. Deelname was verplicht. Weigering om mee te doen zou een lagere uitkomst voor alle werknemers betekenen omdat de deelfactor van het totaal van de ingeleverde bonnen gelijk zou blijven. De inspecteur berekende de bovenmatige vergoeding door de gemiddelde vergoeding per werknemer te verminderen met het gemiddeld bestede bedrag op basis van de ingeleverde bonnen, de inkopen bij de werkgever via inhouding op salaris en een maandelijkse wasvergoeding van ƒ 5. De uitkomst was een bovenmatige vergoeding van ongeveer ƒ 400 per werknemer per jaar. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op van € 23.877 met een verzuimboete van 10%. Na bezwaar bedroeg de naheffingsaanslag € 20.889 aan belasting. De verzuimboete bedroeg € 2.088. Hof Leeuwarden verklaarde het beroep tegen de uitspraak op het bezwaar ongegrond. Voor vaste vergoedingen geldt namelijk dat zij alleen dan niet tot het loon behoren als zij per kostencategorie naar aard en omvang van de kosten zijn gespecificeerd. Die specificatie ontbrak. Voor zover een CAO-vergoeding kon gelden als een specificatie merkte het Hof op, dat uit het gehouden onderzoek bleek dat een deel van de vergoeding bovenmatig was. De inspecteur had naar het oordeel van het Hof de correcties terecht aangebracht. Omdat de werkgever niet had voldaan aan de wettelijke bepalingen voor vaste vergoedingen vond het Hof een boete van 10% gepast en geboden.
De Wet op de Loonbelasting kent strikte voorschriften voor onbelaste vergoedingen. Vaste vergoedingen zijn alleen onbelast als er een specificatie van de vergoeding is en een onderbouwing daarvan aan de hand van uitgaven van de betrokken werknemers. Een metselbedrijf betaalde in de jaren 1995 tot en met 2000 aan alle werknemers een vaste kostenvergoeding van ƒ 4 per dag. De CAO-vergoeding voor werkkleding, laarzen en gereedschappen bedroeg vanaf 1 juli 1999 ƒ 4 per dag. In de voorafgaande jaren was de CAO-vergoeding lager en werd het verschil aangemerkt als koffiegeld. Na een controle van de belastingdienst werden afspraken gemaakt over een kostentoets. De inspecteur wees 14 werknemers aan, die vanaf 1 november 2000 gedurende een periode van 1 jaar de bonnen met betrekking tot de door hen aangeschafte werkkleding, schoenen en gereedschappen moesten bewaren. Deelname was verplicht. Weigering om mee te doen zou een lagere uitkomst voor alle werknemers betekenen omdat de deelfactor van het totaal van de ingeleverde bonnen gelijk zou blijven. De inspecteur berekende de bovenmatige vergoeding door de gemiddelde vergoeding per werknemer te verminderen met het gemiddeld bestede bedrag op basis van de ingeleverde bonnen, de inkopen bij de werkgever via inhouding op salaris en een maandelijkse wasvergoeding van ƒ 5. De uitkomst was een bovenmatige vergoeding van ongeveer ƒ 400 per werknemer per jaar. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op van € 23.877 met een verzuimboete van 10%. Na bezwaar bedroeg de naheffingsaanslag € 20.889 aan belasting. De verzuimboete bedroeg € 2.088. Hof Leeuwarden verklaarde het beroep tegen de uitspraak op het bezwaar ongegrond. Voor vaste vergoedingen geldt namelijk dat zij alleen dan niet tot het loon behoren als zij per kostencategorie naar aard en omvang van de kosten zijn gespecificeerd. Die specificatie ontbrak. Voor zover een CAO-vergoeding kon gelden als een specificatie merkte het Hof op, dat uit het gehouden onderzoek bleek dat een deel van de vergoeding bovenmatig was. De inspecteur had naar het oordeel van het Hof de correcties terecht aangebracht. Omdat de werkgever niet had voldaan aan de wettelijke bepalingen voor vaste vergoedingen vond het Hof een boete van 10% gepast en geboden.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u