Naheffing op basis steekproef en extrapolatie
De belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting op aan een uitzendorganisatie die Britse werknemers inzette bij in Nederland gevestigde opdrachtgevers. Het uitzendbureau betaalde aan de Britse werknemers vergoedingen die waren gebaseerd op de veronderstelling dat de werknemers in het Verenigd Koninkrijk en niet in Nederland woonden. De belastingdienst controleerde de betaalde vergoedingen met een zogenoemde guldenssteekproef. In de steekproef werden 26 weekvergoedingen, betaald in 1996, betrokken van in totaal 22 Britse uitzendkrachten. Bij de vaststelling van de naheffingsaanslag maakte de inspecteur gebruik van het resultaat van de steekproef. Hof Amsterdam oordeelde als volgt.
1. Het uitzendbureau moest bewijzen dat de vergoedingen vrijgesteld waren voor de loonbelasting en dus dat de Britse uitzendkrachten in het Verenigd Koninkrijk woonden.
2. De inspecteur mocht de uitkomst van de steekproef over 1996 extrapoleren naar de jaren 1993 tot en met 1995 om correcties over deze jaren vast te stellen.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af omdat de oordelen van het Hof juist waren. Aan de naheffingsaanslagen lag ten grondslag dat het uitzendbureau onvoldoende gegevens verstrekte over de woonplaats van de betreffende werknemers, waardoor de kostenvergoedingen in beginsel tot het loon behoorden. De resultaten van de steekproef werden slechts gebruikt voor de hoogte van de correcties.
De belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting op aan een uitzendorganisatie die Britse werknemers inzette bij in Nederland gevestigde opdrachtgevers. Het uitzendbureau betaalde aan de Britse werknemers vergoedingen die waren gebaseerd op de veronderstelling dat de werknemers in het Verenigd Koninkrijk en niet in Nederland woonden. De belastingdienst controleerde de betaalde vergoedingen met een zogenoemde guldenssteekproef. In de steekproef werden 26 weekvergoedingen, betaald in 1996, betrokken van in totaal 22 Britse uitzendkrachten. Bij de vaststelling van de naheffingsaanslag maakte de inspecteur gebruik van het resultaat van de steekproef. Hof Amsterdam oordeelde als volgt.
1. Het uitzendbureau moest bewijzen dat de vergoedingen vrijgesteld waren voor de loonbelasting en dus dat de Britse uitzendkrachten in het Verenigd Koninkrijk woonden.
2. De inspecteur mocht de uitkomst van de steekproef over 1996 extrapoleren naar de jaren 1993 tot en met 1995 om correcties over deze jaren vast te stellen.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af omdat de oordelen van het Hof juist waren. Aan de naheffingsaanslagen lag ten grondslag dat het uitzendbureau onvoldoende gegevens verstrekte over de woonplaats van de betreffende werknemers, waardoor de kostenvergoedingen in beginsel tot het loon behoorden. De resultaten van de steekproef werden slechts gebruikt voor de hoogte van de correcties.