Naheffing omzetbelasting wegens handel in melkquota terecht

Een ondernemer dreef in maatschapsverband een veehouderij. Daarnaast handelde hij in melkquota. De verkochte quota waren steeds in gebruik geweest bij de maatschap en de ingekochte gebruiksquota werden steeds ter beschikking gesteld aan de maatschap. De omzetbelasting over de inkoop van de quota bracht de ondernemer als voordruk in aftrek op zijn aangiften omzetbelasting. De omzetbelasting die was verschuldigd over de verkoop van de quota werd echter niet aangegeven. De belastingdienst legde hem daarom een naheffingsaanslag op. De inspecteur verklaarde het tegen de naheffingsaanslag ingediende bezwaarschrift niet ontvankelijk. De ondernemer ging in beroep bij Hof Leeuwarden. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en droeg de inspecteur op om binnen een door het Hof gestelde termijn nogmaals uitspraak te doen op het bezwaarschrift. De inspecteur deed pas uitspraak nadat de termijn verstreken was. Dat bleef zonder gevolgen, omdat de wet geen sancties op het te laat doen van een uitspraak op bezwaar heeft gesteld. De handel in quota ging verder dan een incidentele aan- en verkoop en hield naar het oordeel van het Hof ondernemerschap voor de omzetbelasting in. De naheffingsaanslag was terecht aan de ondernemer opgelegd ondanks het gebruik van de quota door de maatschap. De bij de inkopen in rekening gebrachte omzetbelasting had de ondernemer steeds in aftrek gebracht op zijn eigen omzetbelastingnummer. Dat betekende dat de inspecteur de naheffingsaanslag aan de juiste persoon had opgelegd. Van een onjuiste tenaamstelling was geen sprake. De naheffingsaanslag was niet op een te hoog bedrag vastgesteld. Het beroep was ongegrond.
Een ondernemer dreef in maatschapsverband een veehouderij. Daarnaast handelde hij in melkquota. De verkochte quota waren steeds in gebruik geweest bij de maatschap en de ingekochte gebruiksquota werden steeds ter beschikking gesteld aan de maatschap. De omzetbelasting over de inkoop van de quota bracht de ondernemer als voordruk in aftrek op zijn aangiften omzetbelasting. De omzetbelasting die was verschuldigd over de verkoop van de quota werd echter niet aangegeven. De belastingdienst legde hem daarom een naheffingsaanslag op. De inspecteur verklaarde het tegen de naheffingsaanslag ingediende bezwaarschrift niet ontvankelijk. De ondernemer ging in beroep bij Hof Leeuwarden. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en droeg de inspecteur op om binnen een door het Hof gestelde termijn nogmaals uitspraak te doen op het bezwaarschrift. De inspecteur deed pas uitspraak nadat de termijn verstreken was. Dat bleef zonder gevolgen, omdat de wet geen sancties op het te laat doen van een uitspraak op bezwaar heeft gesteld. De handel in quota ging verder dan een incidentele aan- en verkoop en hield naar het oordeel van het Hof ondernemerschap voor de omzetbelasting in. De naheffingsaanslag was terecht aan de ondernemer opgelegd ondanks het gebruik van de quota door de maatschap. De bij de inkopen in rekening gebrachte omzetbelasting had de ondernemer steeds in aftrek gebracht op zijn eigen omzetbelastingnummer. Dat betekende dat de inspecteur de naheffingsaanslag aan de juiste persoon had opgelegd. Van een onjuiste tenaamstelling was geen sprake. De naheffingsaanslag was niet op een te hoog bedrag vastgesteld. Het beroep was ongegrond.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u