Naheffing omzetbelasting voor deelnemer carrousel
In een aantal arresten uit 2006 (Axel Kittel, C-439/04 en Recolta Recycling BVBA, C-440/04) heeft het Hof van Justitie EG uitgesproken dat een ondernemer die fraude pleegt met de omzetbelasting of die weet dat hij is betrokken bij een dergelijke fraude geen recht heeft op aftrek van voorbelasting. Onder verwijzing naar deze arresten weigerde de belastingdienst aan een ondernemer de aftrek van in Nederland verschuldigde omzetbelasting voor een intracommunautaire verwerving van mobiele telefoons. Volgens de belastingdienst wist of had de ondernemer moeten weten dat hij als schakel fungeerde in een keten van bedrijven die betrokken zijn bij een carrouselfraude. De rechtbank deelde de opvatting van de belastingdienst. Aan de transacties was een aantal bijzondere kenmerken verbonden. Het ging steeds om grote partijen mobiele telefoons van hetzelfde merk, waarmee in twee maanden tijd € 34 miljoen aan omzet werd gerealiseerd. De afnemers waren gevestigd in het Verenigd Koninkrijk en volgden elkaar in hoog tempo op. De BTW-nummers van de afnemers werden kort na de laatste transactie opgeheven, terwijl het in geen van de gevallen ging om de feitelijke afnemer van de goederen. Volgens de rechtbank werd gebruik gemaakt van een Nederlandse ondernemer om de telefoons onder het nultarief te kunnen leveren aan in het Verenigd Koninkrijk gevestigde afnemers, zonder dat ergens omzetbelasting werd betaald.
In een aantal arresten uit 2006 (Axel Kittel, C-439/04 en Recolta Recycling BVBA, C-440/04) heeft het Hof van Justitie EG uitgesproken dat een ondernemer die fraude pleegt met de omzetbelasting of die weet dat hij is betrokken bij een dergelijke fraude geen recht heeft op aftrek van voorbelasting. Onder verwijzing naar deze arresten weigerde de belastingdienst aan een ondernemer de aftrek van in Nederland verschuldigde omzetbelasting voor een intracommunautaire verwerving van mobiele telefoons. Volgens de belastingdienst wist of had de ondernemer moeten weten dat hij als schakel fungeerde in een keten van bedrijven die betrokken zijn bij een carrouselfraude. De rechtbank deelde de opvatting van de belastingdienst. Aan de transacties was een aantal bijzondere kenmerken verbonden. Het ging steeds om grote partijen mobiele telefoons van hetzelfde merk, waarmee in twee maanden tijd € 34 miljoen aan omzet werd gerealiseerd. De afnemers waren gevestigd in het Verenigd Koninkrijk en volgden elkaar in hoog tempo op. De BTW-nummers van de afnemers werden kort na de laatste transactie opgeheven, terwijl het in geen van de gevallen ging om de feitelijke afnemer van de goederen. Volgens de rechtbank werd gebruik gemaakt van een Nederlandse ondernemer om de telefoons onder het nultarief te kunnen leveren aan in het Verenigd Koninkrijk gevestigde afnemers, zonder dat ergens omzetbelasting werd betaald.