Naheffing loonbelasting wegens niet voldoen aan identificatieverplichtingen

De belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting op aan een werkgever. Tegelijkertijd werd een boete opgelegd. In geschil was of de werkgever ontvankelijk was in zijn beroep en verder- of het anoniementarief van toepassing was,- of de bewijslast moest worden omgekeerd,- of het uitgekeerde loon moest worden gebruteerd,- of de eindheffingregeling van toepassing was en- of de boete te hoog was.Naar het oordeel van Hof Amsterdam was de werkgever ontvankelijk in zijn beroep. De inspecteur had er wegens een verandering van adviseur van afgezien om de uitspraak op het bezwaar naar de nieuwe adviseur te sturen, omdat hij nog geen machtiging had ontvangen. Op die basis had hij daartoe niet kunnen besluiten omdat hij andere mededelingen van de nieuwe adviseur wel accepteerde zonder over een machtiging te beschikken. Bij het vaststellen van de naheffingsaanslag was het anoniementarief toegepast omdat van een groot gedeelte van de werknemers de vereiste gegevens als het sofi-nummer en afschriften van identificatiedocumenten ontbraken. Naar het oordeel van het Hof is het anoniementarief al van toepassing op het loon van een werknemer als de enige tekortkoming in de loonadministratie het ontbreken van een ingevulde en ondertekende loonbelastingverklaring is. Naar het oordeel van het Hof kan bij naheffing van de inhoudingsplichtige het anoniementarief niet toegepast worden als de werknemer een vervalst document heeft overgelegd, maar de inhoudingsplichtige niet wist en ook niet had behoren te weten dat het vervalst is. Op basis van de door de inspecteur overgelegde stukken was het Hof van oordeel dat het anoniementarief terecht was toegepast.Bij het berekenen van de naheffingsaanslag merkte de inspecteur de niet verhaalde loonbelasting aan als loonbestanddeel over de jaren 1998, 1999 en 2000. Dat was terecht omdat de werkgever niet kon bewijzen dat hij pas op een later tijdstip de belasting en premie voor zijn rekening genomen had. Het Hof vond aannemelijk dat het aan de grove schuld van de werkgever te wijten was dat de verschuldigde loonbelasting en premie volksverzekeringen niet was betaald. Het Hof vond een boete van 25% van de nageheven belasting en premie passend en geboden.
De belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonbelasting op aan een werkgever. Tegelijkertijd werd een boete opgelegd. In geschil was of de werkgever ontvankelijk was in zijn beroep en verder- of het anoniementarief van toepassing was,- of de bewijslast moest worden omgekeerd,- of het uitgekeerde loon moest worden gebruteerd,- of de eindheffingregeling van toepassing was en- of de boete te hoog was.Naar het oordeel van Hof Amsterdam was de werkgever ontvankelijk in zijn beroep. De inspecteur had er wegens een verandering van adviseur van afgezien om de uitspraak op het bezwaar naar de nieuwe adviseur te sturen, omdat hij nog geen machtiging had ontvangen. Op die basis had hij daartoe niet kunnen besluiten omdat hij andere mededelingen van de nieuwe adviseur wel accepteerde zonder over een machtiging te beschikken. Bij het vaststellen van de naheffingsaanslag was het anoniementarief toegepast omdat van een groot gedeelte van de werknemers de vereiste gegevens als het sofi-nummer en afschriften van identificatiedocumenten ontbraken. Naar het oordeel van het Hof is het anoniementarief al van toepassing op het loon van een werknemer als de enige tekortkoming in de loonadministratie het ontbreken van een ingevulde en ondertekende loonbelastingverklaring is. Naar het oordeel van het Hof kan bij naheffing van de inhoudingsplichtige het anoniementarief niet toegepast worden als de werknemer een vervalst document heeft overgelegd, maar de inhoudingsplichtige niet wist en ook niet had behoren te weten dat het vervalst is. Op basis van de door de inspecteur overgelegde stukken was het Hof van oordeel dat het anoniementarief terecht was toegepast.Bij het berekenen van de naheffingsaanslag merkte de inspecteur de niet verhaalde loonbelasting aan als loonbestanddeel over de jaren 1998, 1999 en 2000. Dat was terecht omdat de werkgever niet kon bewijzen dat hij pas op een later tijdstip de belasting en premie voor zijn rekening genomen had. Het Hof vond aannemelijk dat het aan de grove schuld van de werkgever te wijten was dat de verschuldigde loonbelasting en premie volksverzekeringen niet was betaald. Het Hof vond een boete van 25% van de nageheven belasting en premie passend en geboden.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u