Naheffing loonbelasting naast navordering inkomstenbelasting mogelijk
De belastingdienst legde in 2002 een naheffingsaanslag loonbelasting op aan een betaald voetbalorganisatie (BVO). De BVO had geld betaald aan buitenlandse voetbalclubs, dat uiteindelijk terecht was gekomen bij twee door de BVO aangetrokken spelers. De naheffingsaanslag was vastgesteld met toepassing van het eindheffingsregime. Toepassing van het eindheffingsregime wil zeggen dat de loonbelasting voor rekening van de werkgever komt en door de werknemer niet kan worden verrekend met door hem te betalen inkomstenbelasting. Korte tijd later ontvingen de betrokken spelers een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over de bedragen die als loon in de naheffingsaanslag waren betrokken, zonder verrekening van de nageheven loonbelasting.
Hof Amsterdam vernietigde de naheffingsaanslag vanwege het later opleggen van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting aan de spelers. Het Hof verwees daarbij naar een arrest van de Hoge Raad uit 1993. In cassatie tegen de uitspraak van het Hof stelde de Hoge Raad dat noch de tekst, noch het systeem van de wet verplicht een naheffingsaanslag loonbelasting te vernietigen omdat voor hetzelfde feitencomplex een aanslag inkomstenbelasting is opgelegd. Wel dient de belastingdienst daarbij de beginselen van behoorlijk bestuur en andere algemene rechtsbeginselen in acht te nemen. In het arrest uit 1993 verhinderden bijzondere omstandigheden het opleggen van een naheffingsaanslag. Dergelijke bijzondere omstandigheden deden zich in dit geval niet voor, aldus de Hoge Raad.
De uitspraak van het Hof is vernietigd en de zaak is verwezen naar Hof Den Haag voor verdere behandeling.
De belastingdienst legde in 2002 een naheffingsaanslag loonbelasting op aan een betaald voetbalorganisatie (BVO). De BVO had geld betaald aan buitenlandse voetbalclubs, dat uiteindelijk terecht was gekomen bij twee door de BVO aangetrokken spelers. De naheffingsaanslag was vastgesteld met toepassing van het eindheffingsregime. Toepassing van het eindheffingsregime wil zeggen dat de loonbelasting voor rekening van de werkgever komt en door de werknemer niet kan worden verrekend met door hem te betalen inkomstenbelasting. Korte tijd later ontvingen de betrokken spelers een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over de bedragen die als loon in de naheffingsaanslag waren betrokken, zonder verrekening van de nageheven loonbelasting.
Hof Amsterdam vernietigde de naheffingsaanslag vanwege het later opleggen van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting aan de spelers. Het Hof verwees daarbij naar een arrest van de Hoge Raad uit 1993. In cassatie tegen de uitspraak van het Hof stelde de Hoge Raad dat noch de tekst, noch het systeem van de wet verplicht een naheffingsaanslag loonbelasting te vernietigen omdat voor hetzelfde feitencomplex een aanslag inkomstenbelasting is opgelegd. Wel dient de belastingdienst daarbij de beginselen van behoorlijk bestuur en andere algemene rechtsbeginselen in acht te nemen. In het arrest uit 1993 verhinderden bijzondere omstandigheden het opleggen van een naheffingsaanslag. Dergelijke bijzondere omstandigheden deden zich in dit geval niet voor, aldus de Hoge Raad.
De uitspraak van het Hof is vernietigd en de zaak is verwezen naar Hof Den Haag voor verdere behandeling.