
Bij de registratie van een auto in Nederland is BPM verschuldigd. Er is, behoudens de toepassing van enkele vrijstellingen, ook BPM verschuldigd wanneer een inwoner van Nederland in Nederland gebruik maakt van een auto met een buitenlands kenteken.
Een inwoner van Nederland had een auto voor een periode van drie jaar gehuurd van een Luxemburgse verhuurder. De auto had een Luxemburgs kenteken. Aan de huurder werd een naheffingsaanslag BPM opgelegd omdat hij met deze auto in Nederland reed.
Deze naheffingsaanslag was in strijd met het vrije verkeer van diensten als bedoeld in het EG-verdrag. Het Hof van Justitie van de EU heeft in 2010 geoordeeld dat bij de heffing van BPM in een dergelijke situatie rekening gehouden moet worden met de duur van de huurovereenkomst en met het gebruik van de auto op het Nederlandse wegennet. Dat is nu niet het geval. Het gevolg is dat de belastingrechter de naheffingsaanslag niet in overeenstemming kon brengen met het gebruik van de auto of de duur van de overeenkomst. Wegens schending van het communautaire evenredigheidsbeginsel moest de naheffingsaanslag worden vernietigd. Het is aan de wetgever om de heffing van BPM aan te passen aan het communautaire evenredigheidsbeginsel.