
Personenauto’s die als taxi worden gebruikt zijn vrijgesteld van BPM. De BPM werd in het verleden op verzoek in drie gelijke jaarlijkse termijnen teruggeven mits de auto voldeed aan de voorwaarden voor teruggaaf. Op grond van besluiten van de staatssecretaris van Financiën kon de BPM in één keer worden teruggegeven na de afgifte van een verklaring van de Rijksdienst Wegverkeer dat de personenauto gerechtigd was om blauwe taxikentekenplaten te voeren.
Hof Arnhem besliste in 2009 dat de inspecteur de op een verzoek om teruggave in één keer ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende teruggaven van BPM kan naheffen. De Hoge Raad heeft deze uitspraak van het hof bevestigd.