
Het gebruik van een auto met buitenlands kenteken in Nederland door een inwoner van Nederland kan tot gevolg hebben dat BPM betaald moet worden. Bij de eerste constatering van een dergelijk gebruik volgt een waarschuwing. Een tweede constatering leidt tot naheffing van BPM.
Dat overkwam iemand die op
De mogelijkheid om een naheffingsaanslag op te leggen was door het zogenaamde herstelbeleid van Financiƫn niet beperkt tot een tweede constatering van gebruik van dezelfde auto.
De betrokkene kon zich niet beroepen op onwetendheid omdat hij de controlerende ambtenaar had verteld dat hij wist dat hij zonder betaling van BPM niet met de auto mocht rijden en omdat hij autohandelaar was.
Hof Leeuwarden liet de naheffingsaanslag in stand omdat de heffing van BPM in dit geval niet in strijd is met het EG-verdrag en evenmin met een Nederlands beginsel van behoorlijke wetgeving of behoorlijk bestuur.
Bron: Hof Arnhem-Leeuwarden | jurisprudentie | LJN BI7559, BK 102/07 | 03-07-2009