
Accijns is volgens de wet verschuldigd ter zake van de uitslag van accijnsgoederen. Het begrip uitslag houdt in dat een accijnsgoed buiten een als accijnsgoederenplaats voor dergelijke goederen aangewezen opslag wordt gebracht.
Uitslag is geen belastbaar feit als een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar een land buiten de EU wordt vervoerd. Wanneer vervolgens wordt vastgesteld dat het betreffende accijnsgoed anders dan eerder was aangegeven niet naar een derde land is gebracht, dan is de eerdere uitslag wel belastbaar. Deze situatie deed zich voor in de volgende casus.
De houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats had partijen sigaretten in opslag. Een aantal partijen werd in 2002 verkocht aan een Turks bedrijf onder de leveringsconditie 'ex warehouse'. De houder van de accijnsgoederenplaats verzorgde de uitvoeraangiften en de accijnsgeleidedocumenten. De sigaretten hadden als bestemming de Verenigde Staten of Turkije. Volgens opgaaf van de koper zouden de sigaretten de EU verlaten via een Engelse luchthaven. Bij een controle door de FIOD bleek dat voor vijf zendingen het terugzendingsexemplaar van het accijnsgeleidedocument ontbrak. De wel aanwezige terugzendingsexemplaren waren niet voorzien van stempels of aantekeningen van de Britse douane. De in de administratie aanwezige kopieën van de uitvoeraangiften waren voorzien van een stempel van onbekende herkomst. Omdat het bewijs ontbrak dat de sigaretten waren uitgevoerd legde de inspecteur naheffingsaanslagen accijns op voor alle zendingen.
Hof Amsterdam was van oordeel dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd omdat telkens op het tijdstip dat de goederen buiten de accijnsgoederenplaats werden gebracht sprake was geweest van uitslag in de zin van de wet.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het hof ongegrond verklaard.