Nagekomen bate belast

In het najaar van 2000 werd bekend dat de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) van plan was om een herziene opkoopregeling voor de beëindiging van de veehouderijen vast te stellen. Een veehouder kocht in verband daarmee eind 2000 drie zogenaamde varkensrechten voor een bedrag van f 1.900. Het was niet de bedoeling van de veehouder om zijn eerder gestaakte varkenshouderij nieuw leven in te blazen. Met de varkensrechten werden geen varkens gekocht. Eind september 2001 werd de opkoopregeling met de naam Regeling Beëindiging Veehouderijtakken 2e tranche opengesteld. Deze regeling bood bedrijven in concentratiegebieden de mogelijkheid een vergoeding te krijgen voor de sloop van vrijkomende bedrijfsgebouwen. De aanvraag voor deelname aan deze regeling van de veehouder werd gehonoreerd. De subsidie voor de sloop van bedrijfsgebouwen bedroeg € 143.150. De sloopkosten bedroegen in totaal € 33.090, terwijl de boekwaarde van de gebouwen nog € 19.738 bedroeg. Omdat de varkenshouderij al eerder was beëindigd was de vraag of de netto opbrengst van de subsidie belastbaar inkomen vormde. Volgens de inspecteur betrof het nagekomen bedrijfsbaten. De varkensrechten waren uitsluitend aangekocht om gebruik te kunnen maken van een opkoopregeling. Hof Den Bosch vond aannemelijk dat de veehouder met de aankoop van deze varkensrechten een voordeel wilde behalen dat ten tijde van de aankoop redelijkerwijs viel te verwachten. Naar het oordeel van het Hof hingen de aankoop van de varkensrechten, de deelname aan de Regeling 2e tranche en de sloop van de varkensstallen zo nauw samen met de in 1999 gedeeltelijk gestaakte onderneming, dat deze handelingen ondernemingshandelingen waren en het behaalde voordeel dus winst uit onderneming was. Niet van belang was dat de varkensstallen al in 1999 naar het privévermogen waren overgebracht.
In het najaar van 2000 werd bekend dat de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) van plan was om een herziene opkoopregeling voor de beëindiging van de veehouderijen vast te stellen. Een veehouder kocht in verband daarmee eind 2000 drie zogenaamde varkensrechten voor een bedrag van f 1.900. Het was niet de bedoeling van de veehouder om zijn eerder gestaakte varkenshouderij nieuw leven in te blazen. Met de varkensrechten werden geen varkens gekocht. Eind september 2001 werd de opkoopregeling met de naam Regeling Beëindiging Veehouderijtakken 2e tranche opengesteld. Deze regeling bood bedrijven in concentratiegebieden de mogelijkheid een vergoeding te krijgen voor de sloop van vrijkomende bedrijfsgebouwen. De aanvraag voor deelname aan deze regeling van de veehouder werd gehonoreerd. De subsidie voor de sloop van bedrijfsgebouwen bedroeg € 143.150. De sloopkosten bedroegen in totaal € 33.090, terwijl de boekwaarde van de gebouwen nog € 19.738 bedroeg.
Omdat de varkenshouderij al eerder was beëindigd was de vraag of de netto opbrengst van de subsidie belastbaar inkomen vormde. Volgens de inspecteur betrof het nagekomen bedrijfsbaten.
De varkensrechten waren uitsluitend aangekocht om gebruik te kunnen maken van een opkoopregeling. Hof Den Bosch vond aannemelijk dat de veehouder met de aankoop van deze varkensrechten een voordeel wilde behalen dat ten tijde van de aankoop redelijkerwijs viel te verwachten.
Naar het oordeel van het Hof hingen de aankoop van de varkensrechten, de deelname aan de Regeling 2e tranche en de sloop van de varkensstallen zo nauw samen met de in 1999 gedeeltelijk gestaakte onderneming, dat deze handelingen ondernemingshandelingen waren en het behaalde voordeel dus winst uit onderneming was. Niet van belang was dat de varkensstallen al in 1999 naar het privévermogen waren overgebracht.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u