Nadere toelichting in Eerste Kamer op bijleenregeling en Bosal-reparatie
Het Belastingplan 2004 is in behandeling bij de Eerste Kamer. De nota naar aanleiding van het verslag is vastgesteld. Van belang zijn de volgende opmerkingen van de bewindslieden van Financien. 1. BijleenregelingDe overgangsregeling voor de bijleenregeling is uitsluitend van toepassing bij het aangaan van een bindende overeenkomst in 2003. Als in 2003 een andersoortige overeenkomst met betrekking tot een nieuw te bouwen woning wordt aangegaan, gevolgd door het sluiten van een koopaannemingsovereenkomst in 2004, is de overgangsregeling niet van toepassing en geldt de bijleenregeling onverkort. Als bij verkoop van de eigen woning op grond van een anti-speculatiebeding een bedrag aan de gemeente moet worden betaald komt dit volgens de wettelijke bepalingen niet in mindering op de verkoopopbrengst en bepaalt dat bedrag dus mede de hoogte van de eigenwoningschuld. Toegezegd is, dat hiervoor in een ministeriele regeling een oplossing zal worden geboden. Er komt geen tegemoetkoming voor gevallen, waarin de huidige eigen woning met eigen geld is gefinancierd. De bijleenregeling voorkomt in die gevallen fiscaal gefacilieerde financiering met geleend geld. Verder is opgemerkt, dat als toerekening van een schuld als deze niet geheel als eigenwoningschuld geldt, niet zodanig kan uitwerken dat een maximaal fiscaal voordeel wordt behaald door aan het aan de eigen woning toe te rekenen deel een hogere rente toe te kennen dan aan het box 3 deel van de schuld.2. Thin capitalizationEr komt geen tegenbewijsregeling in de regeling, die de renteaftrek beperkt bij overmatige financiering met van groepsmaatschappijen geleend geld. Er is gekozen voor een benadering over de gehele vermogenspositie van een belastingplichtige en niet voor een beoordeling per afzonderlijke schuld. Als een groepsmaatschappij geld leent van een bank of een derde en dit (op gelijke condities) doorleent aan een andere groepsmaatschappij kan de door de laatste betaalde rente onder de aftrekbeperking vallen. Als deze maatschappij het geld zelf zou hebben geleend van de bank was de betaalde rente wel aftrekbaar. Ook voor die gevallen komt er geen tegenbewijsregeling.
Het Belastingplan 2004 is in behandeling bij de Eerste Kamer. De nota naar aanleiding van het verslag is vastgesteld. Van belang zijn de volgende opmerkingen van de bewindslieden van Financien. 1. BijleenregelingDe overgangsregeling voor de bijleenregeling is uitsluitend van toepassing bij het aangaan van een bindende overeenkomst in 2003. Als in 2003 een andersoortige overeenkomst met betrekking tot een nieuw te bouwen woning wordt aangegaan, gevolgd door het sluiten van een koopaannemingsovereenkomst in 2004, is de overgangsregeling niet van toepassing en geldt de bijleenregeling onverkort. Als bij verkoop van de eigen woning op grond van een anti-speculatiebeding een bedrag aan de gemeente moet worden betaald komt dit volgens de wettelijke bepalingen niet in mindering op de verkoopopbrengst en bepaalt dat bedrag dus mede de hoogte van de eigenwoningschuld. Toegezegd is, dat hiervoor in een ministeriele regeling een oplossing zal worden geboden. Er komt geen tegemoetkoming voor gevallen, waarin de huidige eigen woning met eigen geld is gefinancierd. De bijleenregeling voorkomt in die gevallen fiscaal gefacilieerde financiering met geleend geld. Verder is opgemerkt, dat als toerekening van een schuld als deze niet geheel als eigenwoningschuld geldt, niet zodanig kan uitwerken dat een maximaal fiscaal voordeel wordt behaald door aan het aan de eigen woning toe te rekenen deel een hogere rente toe te kennen dan aan het box 3 deel van de schuld.2. Thin capitalizationEr komt geen tegenbewijsregeling in de regeling, die de renteaftrek beperkt bij overmatige financiering met van groepsmaatschappijen geleend geld. Er is gekozen voor een benadering over de gehele vermogenspositie van een belastingplichtige en niet voor een beoordeling per afzonderlijke schuld. Als een groepsmaatschappij geld leent van een bank of een derde en dit (op gelijke condities) doorleent aan een andere groepsmaatschappij kan de door de laatste betaalde rente onder de aftrekbeperking vallen. Als deze maatschappij het geld zelf zou hebben geleend van de bank was de betaalde rente wel aftrekbaar. Ook voor die gevallen komt er geen tegenbewijsregeling.