
De heffing van omzetbelasting en met name het recht op aftrek van voorbelasting bij houdstermaatschappijen die een aandelenbelang verkopen is lastige materie. Dat blijkt wel uit de hoeveelheid jurisprudentie die daarover is gewezen, ondermeer door het Hof van Justitie EU. Die jurisprudentie is niet zo eenduidig als werd aangenomen. In een lopende procedure heeft de Hoge Raad besloten het arrest van het Hof van Justitie EU in de zaak SKF (C-29/08) af te wachten. Dat arrest is inmiddels gewezen. De Advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft in een nadere conclusie een uiteenzetting gegeven van de mogelijke gevolgen van het arrest SKF in de lopende procedure bij de Hoge Raad. De procedure heeft betrekking op de verkoop van een 30%-belang in een vennootschap. De aandeelhoudster verrichtte voor haar deelneming managementwerkzaamheden tegen betaling. In verband met de verkoop van de aandelen werden adviseurs ingeschakeld die omzetbelasting in rekening brachten. De vraag is of deze omzetbelasting in aftrek kan worden gebracht. In cassatie zijn partijen het erover eens dat de verkoop van de aandelen een economische activiteit opleverde. Dat standpunt is volgens de AG, gelet op het arrest SKF, niet onjuist. Als economische activiteit is de verkoop van aandelen een vrijgestelde prestatie. Aftrek van voorbelasting is mogelijk als de gedane uitgaven voor de adviesdiensten toerekenbaar zijn aan de algemene kosten van de onderneming. Als de uitgaven onder de algemene kosten vallen, is de voorbelasting aftrekbaar naar rato van de belaste prestaties. De verkoopopbrengst van de aandelen hoeft niet te worden meegenomen bij de berekening van de pro rata, omdat de verkoop een bijkomstige financiƫle handeling vormt.