Na 8 jaar in verzorgingstehuis bestond geen gemeenschappelijke huishouding

De hoogte van het successierecht dat is verschuldigd over een erfenis is niet alleen afhankelijk van de omvang van de erfenis, maar ook van de tariefgroepindeling van de erfgenaam. De tariefgroepindeling is afhankelijk van de band tussen de overledene en de erfgenaam. In een bijzondere situatie deed een erfgenaam een beroep op indeling in tariefgroep 1 wegens het voeren van een gemeenschappelijke huishouding met de overledene tot aan diens overlijden. De erfgenaam voerde vanaf 1963 een gemeenschappelijke huishouding met de overledene en haar echtgenoot. De echtgenoot overleed in 1988. In 1993 was de gezondheidstoestand van de erflaatster zo slecht geworden dat zij moest worden opgenomen in een verzorgingstehuis. De gezamenlijke woning werd verkocht en de erfgenaam en zijn echtgenote verhuisden naar een nieuwe woning, waar zij een kamer inruimden voor de erflaatster. Zij bleef echter tot haar overlijden in 2001 in het verzorgingstehuis wonen. Hof Arnhem was, gelet op:– de aard van de ziekte van erflaatster;– de (voortdurende) verslechtering van haar gezondheidstoestand in de loop der jaren;– haar slechte gezondheidstoestand ten tijde van de opname in het verzorgingstehuis;– haar hulpbehoevendheid en hoge leeftijd op dat tijdstip;– de verkoop van de woning van erflaatster en– de verhuizing van de erfgenaam en zijn echtgenotevan oordeel dat er geen gemeenschappelijke huishouding was die tot aan het overlijden van erflaatster in 2001 had voortgeduurd. De indeling in tariefgroep 3 door de inspecteur was terecht.
De hoogte van het successierecht dat is verschuldigd over een erfenis is niet alleen afhankelijk van de omvang van de erfenis, maar ook van de tariefgroepindeling van de erfgenaam. De tariefgroepindeling is afhankelijk van de band tussen de overledene en de erfgenaam. In een bijzondere situatie deed een erfgenaam een beroep op indeling in tariefgroep 1 wegens het voeren van een gemeenschappelijke huishouding met de overledene tot aan diens overlijden. De erfgenaam voerde vanaf 1963 een gemeenschappelijke huishouding met de overledene en haar echtgenoot. De echtgenoot overleed in 1988. In 1993 was de gezondheidstoestand van de erflaatster zo slecht geworden dat zij moest worden opgenomen in een verzorgingstehuis. De gezamenlijke woning werd verkocht en de erfgenaam en zijn echtgenote verhuisden naar een nieuwe woning, waar zij een kamer inruimden voor de erflaatster. Zij bleef echter tot haar overlijden in 2001 in het verzorgingstehuis wonen. Hof Arnhem was, gelet op:– de aard van de ziekte van erflaatster;– de (voortdurende) verslechtering van haar gezondheidstoestand in de loop der jaren;– haar slechte gezondheidstoestand ten tijde van de opname in het verzorgingstehuis;– haar hulpbehoevendheid en hoge leeftijd op dat tijdstip;– de verkoop van de woning van erflaatster en– de verhuizing van de erfgenaam en zijn echtgenotevan oordeel dat er geen gemeenschappelijke huishouding was die tot aan het overlijden van erflaatster in 2001 had voortgeduurd. De indeling in tariefgroep 3 door de inspecteur was terecht.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u