Musicalregisseurs niet in dienstbetrekking bij producent
Het UWV was van mening, dat twee regisseurs van een musical in dienstbetrekking waren bij de producent daarvan. Beide regisseurs hadden het door henzelf uitgewerkte idee voor een Nederlandse versie van de musicals aan de producent aangeboden. Na de principeovereenstemming met de producent heeft de verdere uitwerking van het concept plaatsgevonden. Dat gebeurde in beide gevallen door een creatief team onder leiding van een regisseur. De regisseurs waren verantwoordelijk voor het bewerken van het script en de partituur en voor het samenstellen van de spelersbezetting. De hoofdtaak van de regisseurs was het omzetten van het script in een theaterregieconcept. Dat is een eigen oorspronkelijk en auteursrechtelijk beschermd werk. De regisseurs genoten in hun werk een grote mate van (artistieke) vrijheid. Pas nadat de principeovereenstemming was omgezet in een overeenkomst van opdracht waren de regisseurs verzekerd van een geldelijke beloning voor hun langdurige inspanningen. Op grond van de hiervoor geschetste feiten was de Centrale Raad van Beroep van oordeel dat de regisseurs niet in dienst van de producent waren. Het voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst vereiste werkgeversgezag ontbrak.
Het UWV was van mening, dat twee regisseurs van een musical in dienstbetrekking waren bij de producent daarvan. Beide regisseurs hadden het door henzelf uitgewerkte idee voor een Nederlandse versie van de musicals aan de producent aangeboden. Na de principeovereenstemming met de producent heeft de verdere uitwerking van het concept plaatsgevonden. Dat gebeurde in beide gevallen door een creatief team onder leiding van een regisseur. De regisseurs waren verantwoordelijk voor het bewerken van het script en de partituur en voor het samenstellen van de spelersbezetting. De hoofdtaak van de regisseurs was het omzetten van het script in een theaterregieconcept. Dat is een eigen oorspronkelijk en auteursrechtelijk beschermd werk. De regisseurs genoten in hun werk een grote mate van (artistieke) vrijheid. Pas nadat de principeovereenstemming was omgezet in een overeenkomst van opdracht waren de regisseurs verzekerd van een geldelijke beloning voor hun langdurige inspanningen. Op grond van de hiervoor geschetste feiten was de Centrale Raad van Beroep van oordeel dat de regisseurs niet in dienst van de producent waren. Het voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst vereiste werkgeversgezag ontbrak.