Monumentenvrijstelling overdrachtsbelasting niet van toepassing op fictieve onroerende zaak
De overdrachtsbelasting kent een vrijstelling voor de verkrijging van monumenten door in Nederland gevestigde rechtspersonen, die als doelstelling hebben de instandhouding van monumenten in de zin van de Monumentenwet 1988. Een BV die als zodanig kwalificeerde kocht in plaats van een monument alle aandelen in een andere BV, die uitsluitend een monument exploiteerde. De aandelen in deze BV golden voor de overdrachtsbelasting als fictieve onroerende zaak. In de aangifte overdrachtsbelasting werd een beroep op de vrijstelling van overdrachtsbelasting gedaan voor de verkrijging van een monument. In navolging van de inspecteur wees Hof Den Haag dat beroep af. De tekst van de wet beperkt de vrijstelling tot de verkrijging van een monument door bepaalde rechtspersonen. Volgens het Hof heeft de wetgever niet bedoeld om de vrijstelling ook van toepassing te laten zijn op de verkrijging van een fictieve onroerende zaak.
De overdrachtsbelasting kent een vrijstelling voor de verkrijging van monumenten door in Nederland gevestigde rechtspersonen, die als doelstelling hebben de instandhouding van monumenten in de zin van de Monumentenwet 1988. Een BV die als zodanig kwalificeerde kocht in plaats van een monument alle aandelen in een andere BV, die uitsluitend een monument exploiteerde. De aandelen in deze BV golden voor de overdrachtsbelasting als fictieve onroerende zaak. In de aangifte overdrachtsbelasting werd een beroep op de vrijstelling van overdrachtsbelasting gedaan voor de verkrijging van een monument. In navolging van de inspecteur wees Hof Den Haag dat beroep af. De tekst van de wet beperkt de vrijstelling tot de verkrijging van een monument door bepaalde rechtspersonen. Volgens het Hof heeft de wetgever niet bedoeld om de vrijstelling ook van toepassing te laten zijn op de verkrijging van een fictieve onroerende zaak.