Mogelijkheid tot betaling in vreemde valuta geen afzonderlijke dienst

In de winkel aan boord van een veerboot konden de passagiers betalen in Nederlandse guldens en in Britse ponden. De voor betaling in Britse ponden gehanteerde wisselkoers week af van de officiële wisselkoers. Uitgangspunt was de prijs in Nederlandse guldens. Door de gehanteerde wisselkoers ontving de exploitant bij betaling in Britse ponden meer dan wanneer in guldens werd betaald. Bij de aangifte omzetbelasting stelde de exploitant zich op het standpunt dat hij bij betaling in Britse ponden twee afzonderlijke prestaties tegen vergoeding verrichtte. De ene prestatie was de levering van een goed en de andere een dienst bestaande uit het accepteren van Britse ponden. Als vergoeding voor deze dienst gold het meer ontvangen bedrag. De exploitant was van mening dat het ging om een van omzetbelasting vrijgestelde dienst en voldeed daarom geen omzetbelasting. De inspecteur was van mening dat er één prestatie werd verricht met als vergoeding het totale betaalde bedrag. Daarom legde hij een naheffingsaanslag op waarbij omzetbelasting werd nageheven over het meer ontvangen bedrag, uitgedrukt in guldens. Hof Den Haag volgde de opvatting van de inspecteur. Het Hof vond van belang dat de prijzen niet alleen in guldens maar ook in Britse ponden waren vermeld en dat bij betaling in Britse ponden ook het wisselgeld in Britse valuta werd uitgekeerd. De Hoge Raad heeft het oordeel van het Hof als juist aangemerkt. Het beroep in cassatie van de exploitant is afgewezen.
In de winkel aan boord van een veerboot konden de passagiers betalen in Nederlandse guldens en in Britse ponden. De voor betaling in Britse ponden gehanteerde wisselkoers week af van de officiële wisselkoers. Uitgangspunt was de prijs in Nederlandse guldens. Door de gehanteerde wisselkoers ontving de exploitant bij betaling in Britse ponden meer dan wanneer in guldens werd betaald. Bij de aangifte omzetbelasting stelde de exploitant zich op het standpunt dat hij bij betaling in Britse ponden twee afzonderlijke prestaties tegen vergoeding verrichtte. De ene prestatie was de levering van een goed en de andere een dienst bestaande uit het accepteren van Britse ponden. Als vergoeding voor deze dienst gold het meer ontvangen bedrag. De exploitant was van mening dat het ging om een van omzetbelasting vrijgestelde dienst en voldeed daarom geen omzetbelasting. De inspecteur was van mening dat er één prestatie werd verricht met als vergoeding het totale betaalde bedrag. Daarom legde hij een naheffingsaanslag op waarbij omzetbelasting werd nageheven over het meer ontvangen bedrag, uitgedrukt in guldens. Hof Den Haag volgde de opvatting van de inspecteur. Het Hof vond van belang dat de prijzen niet alleen in guldens maar ook in Britse ponden waren vermeld en dat bij betaling in Britse ponden ook het wisselgeld in Britse valuta werd uitgekeerd. De Hoge Raad heeft het oordeel van het Hof als juist aangemerkt. Het beroep in cassatie van de exploitant is afgewezen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u