
Een inwoner van Spanje met de Nederlandse nationaliteit, die in dienstbetrekking was bij een in Nederland gevestigde werkgever en buiten het grondgebied van de Gemeenschap werkte aan boord van zeeschepen onder de vlag van de Nederlandse Antillen, viel in 2003 volgens de nationale wetgeving niet onder de Nederlandse volksverzekeringen. Nederland kent namelijk geen wettelijke bepaling op grond waarvan iemand in deze positie als verzekerde kan worden aangemerkt. De Hoge Raad twijfelt echter of in een dergelijk geval niet toch sprake is van verzekeringsplicht op basis van Europese regelgeving. In deze procedure heeft de Hoge Raad het Hof van Justitie EU gevraagd of de verzekeringsplicht kan worden gebaseerd op de aanwijzingsregels van de EG-verordening 1408/71. In dat verband heeft de Hoge Raad ook gevraagd in hoeverre het van belang is dat bij de uitvoering van de Nederlandse werknemersverzekeringen een beleid wordt gevoerd op grond waarvan zeevarenden in dergelijke gevallen door het uitvoeringsorgaan met een beroep op het gemeenschapsrecht als verzekerde worden aangemerkt. Tenslotte wil de Hoge Raad weten of het in dit kader van belang is dat de werkzaamheden incidenteel worden verricht in de territoriale zee van een lidstaat of in een haven op het grondgebied van een lidstaat.
Het wachten is nu op de uitspraak van Hof van Justitie EU naar aanleiding van dit verzoek.