Modernisering successiewetgeving
De staatssecretaris van Financiën heeft een nota over de modernisering van de Successiewet naar de Tweede Kamer gestuurd. In plaats van een compleet nieuwe wet stelt de staatssecretaris nu voor om binnen de bestaande Successiewet 1956 de tarieven te verlagen, het stelsel van vrijstellingen te vereenvoudigen, anti-ontgaansmogelijkheden op te nemen en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit te herzien.
Tariefstructuur
Het voorstel bevat twee tariefgroepen. De eerste groep bevat de naaste familieleden, namelijk de partner en de kinderen. De tweede groep bevat alle overige verkrijgers, dus zowel familieleden als derden. Het aantal tariefschijven wordt van zeven teruggebracht naar twee. De eerste schijf loopt tot € 125.000. Voor kinderen blijft het nieuwe tarief onder het huidige tarief. Het toptarief wordt teruggebracht tot 40%.
Voorgestelde tariefstructuur successie- en schenkingsrecht
Deel van de Tariefgroep 1 Tariefgroep 2
belaste verkrijging (partners en kinderen) (overige verkrijgers)
€ 0 - € 125.000 10% 30%
€ 125.000 - hoger 20% 40%
Vrijstellingen successierecht
De partnervrijstelling wordt verhoogd tot € 600.000. Het partnerbegrip wordt verduidelijkt, waarbij een wederzijdse zorgplicht een belangrijk criterium is.
De nu nog bestaande drempelvrijstellingen worden omgezet in voetvrijstellingen. Dat betekent dat de vrijstelling niet langer vervalt als de verkrijging hoger is dan het bedrag van de vrijstelling. Voor kinderen van 23 jaar en ouder komt er een voetvrijstelling van € 19.000.
De huidige leeftijdsafhankelijke vrijstellingsbedragen voor kinderen jonger dan 23 wordt vervangen door een vaste vrijstelling van € 19.000.
Voor verkrijgers in de nieuwe tariefgroep 2 komt er een vrijstelling van € 2.000.
Voorgestelde vrijstellingsbedragen successierecht
Partners € 600.000
Kinderen € 19.000
Overige verkrijgers € 2.000
Vrijstellingen schenkingsrecht
De bestaande vrijstelling voor kinderen wordt verhoogd tot € 5.000. De eenmalige vrijstelling voor kinderen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar wordt € 24.000. De vrijstelling voor overige verkrijgers wordt € 2.000.
Bedrijfsopvolgingsregeling
De bedrijfsopvolgingsregeling is bedoeld om te voorkomen dat de continuïteit van ondernemingen in gevaar wordt gebracht door het schenkings- of het successierecht. De regeling bestaat uit een gedeeltelijke vrijstellingsregeling in de Successiewet en een betalingsregeling in de Invorderingswet. De regeling blijft bestaan maar wordt samengevoegd en vereenvoudigd. Bestaande beleidsbesluiten worden in de wet opgenomen.
Het huidige systeem werkt met conserverende aanslagen die voor een groot deel worden teruggedraaid omdat de onderneming wordt voortgezet. Het is de bedoeling dat alleen een aanslag wordt opgelegd voor de verschuldigde belasting.
Verder is het de bedoeling dat het ondernemingsbegrip rechtsvormneutraal wordt. Nu zijn verschillende uitkomsten mogelijk afhankelijk van de rechtsvorm.
Aanpak van doelvermogens
Het gebruik van zogenoemde ‘doelvermogens’ om belastingheffing te ontgaan zal worden aangepakt. Het instellen van een doelvermogen voor de bundeling en bescherming van familievermogen is op zich geoorloofd. In de praktijk wordt gebruik gemaakt van doelvermogen in een belastingparadijs, waardoor de belastingheffing wordt omzeild. De staatssecretaris stelt daarom voor het doelvermogen te negeren en toe rekenen aan degene die het heeft ingesteld.
Het wetsvoorstel zal in de eerste helft van 2009 worden ingediend bij de Tweede Kamer.
De staatssecretaris van Financiën heeft een nota over de modernisering van de Successiewet naar de Tweede Kamer gestuurd. In plaats van een compleet nieuwe wet stelt de staatssecretaris nu voor om binnen de bestaande Successiewet 1956 de tarieven te verlagen, het stelsel van vrijstellingen te vereenvoudigen, anti-ontgaansmogelijkheden op te nemen en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit te herzien.
Tariefstructuur
Het voorstel bevat twee tariefgroepen. De eerste groep bevat de naaste familieleden, namelijk de partner en de kinderen. De tweede groep bevat alle overige verkrijgers, dus zowel familieleden als derden. Het aantal tariefschijven wordt van zeven teruggebracht naar twee. De eerste schijf loopt tot € 125.000. Voor kinderen blijft het nieuwe tarief onder het huidige tarief. Het toptarief wordt teruggebracht tot 40%.
Voorgestelde tariefstructuur successie- en schenkingsrecht
Deel van de Tariefgroep 1 Tariefgroep 2
belaste verkrijging (partners en kinderen) (overige verkrijgers)
€ 0 - € 125.000 10% 30%
€ 125.000 - hoger 20% 40%
Vrijstellingen successierecht
De partnervrijstelling wordt verhoogd tot € 600.000. Het partnerbegrip wordt verduidelijkt, waarbij een wederzijdse zorgplicht een belangrijk criterium is.
De nu nog bestaande drempelvrijstellingen worden omgezet in voetvrijstellingen. Dat betekent dat de vrijstelling niet langer vervalt als de verkrijging hoger is dan het bedrag van de vrijstelling. Voor kinderen van 23 jaar en ouder komt er een voetvrijstelling van € 19.000.
De huidige leeftijdsafhankelijke vrijstellingsbedragen voor kinderen jonger dan 23 wordt vervangen door een vaste vrijstelling van € 19.000.
Voor verkrijgers in de nieuwe tariefgroep 2 komt er een vrijstelling van € 2.000.
Voorgestelde vrijstellingsbedragen successierecht
Partners € 600.000
Kinderen € 19.000
Overige verkrijgers € 2.000
Vrijstellingen schenkingsrecht
De bestaande vrijstelling voor kinderen wordt verhoogd tot € 5.000. De eenmalige vrijstelling voor kinderen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar wordt € 24.000. De vrijstelling voor overige verkrijgers wordt € 2.000.
Bedrijfsopvolgingsregeling
De bedrijfsopvolgingsregeling is bedoeld om te voorkomen dat de continuïteit van ondernemingen in gevaar wordt gebracht door het schenkings- of het successierecht. De regeling bestaat uit een gedeeltelijke vrijstellingsregeling in de Successiewet en een betalingsregeling in de Invorderingswet. De regeling blijft bestaan maar wordt samengevoegd en vereenvoudigd. Bestaande beleidsbesluiten worden in de wet opgenomen.
Het huidige systeem werkt met conserverende aanslagen die voor een groot deel worden teruggedraaid omdat de onderneming wordt voortgezet. Het is de bedoeling dat alleen een aanslag wordt opgelegd voor de verschuldigde belasting.
Verder is het de bedoeling dat het ondernemingsbegrip rechtsvormneutraal wordt. Nu zijn verschillende uitkomsten mogelijk afhankelijk van de rechtsvorm.
Aanpak van doelvermogens
Het gebruik van zogenoemde ‘doelvermogens’ om belastingheffing te ontgaan zal worden aangepakt. Het instellen van een doelvermogen voor de bundeling en bescherming van familievermogen is op zich geoorloofd. In de praktijk wordt gebruik gemaakt van doelvermogen in een belastingparadijs, waardoor de belastingheffing wordt omzeild. De staatssecretaris stelt daarom voor het doelvermogen te negeren en toe rekenen aan degene die het heeft ingesteld.
Het wetsvoorstel zal in de eerste helft van 2009 worden ingediend bij de Tweede Kamer.