Militair woont thuis tijdens opleiding: aftrek reiskosten toegestaan
Tot 1 januari 2001 konden de kosten van het reizen tussen woning of verblijfplaats en de plaats van werkzaamheden in aftrek worden gebracht. Wanneer sprake was van regelmatig woon-werkverkeer gold het reiskostenforfait; in andere gevallen kon ƒ 0,60 per kilometer in aftrek worden gebracht. De bepaling van de woon- of verblijfplaats gebeurt aan de hand van omstandigheden. Als verblijfplaats geldt de plaats waar iemand het merendeel van zijn tijd zowel overdag als ’s nachts doorbrengt. De woonplaats en de verblijfplaats hoeven niet samen te vallen. In geval van een militair, die nog bij zijn ouders thuis woonde, werd de kazerne waar hij was gelegerd als verblijfplaats aangemerkt. Dat gold niet voor de duur van zijn opleiding, die hij op een andere kazerne volgde. Volgens Hof Amsterdam woonde hij gedurende die relatief korte periode bij zijn ouders en kon hij zijn reiskosten in aftrek brengen. Sinds 1 januari 2001 is de aftrekmogelijkheid beperkt tot de reisaftrek, indien sprake is van regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer. Belastingvrije vergoeding van woon-werkverkeer met eigen vervoer is nog steeds mogelijk, mits de afstand enkele reis groter is dan 10 kilometer.
Tot 1 januari 2001 konden de kosten van het reizen tussen woning of verblijfplaats en de plaats van werkzaamheden in aftrek worden gebracht. Wanneer sprake was van regelmatig woon-werkverkeer gold het reiskostenforfait; in andere gevallen kon ƒ 0,60 per kilometer in aftrek worden gebracht. De bepaling van de woon- of verblijfplaats gebeurt aan de hand van omstandigheden. Als verblijfplaats geldt de plaats waar iemand het merendeel van zijn tijd zowel overdag als ’s nachts doorbrengt. De woonplaats en de verblijfplaats hoeven niet samen te vallen. In geval van een militair, die nog bij zijn ouders thuis woonde, werd de kazerne waar hij was gelegerd als verblijfplaats aangemerkt. Dat gold niet voor de duur van zijn opleiding, die hij op een andere kazerne volgde. Volgens Hof Amsterdam woonde hij gedurende die relatief korte periode bij zijn ouders en kon hij zijn reiskosten in aftrek brengen. Sinds 1 januari 2001 is de aftrekmogelijkheid beperkt tot de reisaftrek, indien sprake is van regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer. Belastingvrije vergoeding van woon-werkverkeer met eigen vervoer is nog steeds mogelijk, mits de afstand enkele reis groter is dan 10 kilometer.