Mag inspecteur gehouden worden aan minnelijke taxatie?

Wanneer een tot het ondernemingsvermogen behorende zaak wordt verkocht vormt het verschil tussen de verkoopprijs en de fiscale boekwaarde van de zaak winst. Verlaat een dergelijke zaak het ondernemingsvermogen zonder verkoop, bijvoorbeeld omdat de zaak niet langer voor de onderneming gebruikt wordt en daarom naar het privévermogen overgaat, dan vormt het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale boekwaarde winst. Een tot het ondernemingsvermogen behorende onroerende zaak was tot eind 1999 het pand waarin de onderneming werd gedreven. Sindsdien stond het pand te koop. De eigenaar verzocht de inspecteur om een gezamenlijke taxatie van het pand in verband met de overgang naar het privévermogen. De taxateur van de belastingdienst en de makelaar waardeerden het pand op ƒ 275.000. Voor de taxatie werd uitgevoerd waren er afspraken gemaakt met twee geïnteresseerden om het pand te bezichtigen. Eén van hen kocht het pand op 16 februari 2001 voor een prijs van ƒ 415.000. De vraag was wat de waarde van het pand ultimo 2000 was. Hof Arnhem ging uit van de verkoopprijs. Volgens het Hof was het in strijd met de redelijkheid en billijkheid om de inspecteur te houden aan de gezamenlijke taxatie. Bij de taxatie was uitgegaan van de onverkoopbaarheid van het pand als gevolg van ernstige gebreken en was geen rekening gehouden met de interesse in het pand. Volgens de Hoge Raad was dat geen aanleiding om de minnelijke taxatie terzijde te schuiven. Hof Den Bosch moet de zaak nu verder behandelen.
Wanneer een tot het ondernemingsvermogen behorende zaak wordt verkocht vormt het verschil tussen de verkoopprijs en de fiscale boekwaarde van de zaak winst. Verlaat een dergelijke zaak het ondernemingsvermogen zonder verkoop, bijvoorbeeld omdat de zaak niet langer voor de onderneming gebruikt wordt en daarom naar het privévermogen overgaat, dan vormt het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale boekwaarde winst.
Een tot het ondernemingsvermogen behorende onroerende zaak was tot eind 1999 het pand waarin de onderneming werd gedreven. Sindsdien stond het pand te koop. De eigenaar verzocht de inspecteur om een gezamenlijke taxatie van het pand in verband met de overgang naar het privévermogen. De taxateur van de belastingdienst en de makelaar waardeerden het pand op ƒ 275.000. Voor de taxatie werd uitgevoerd waren er afspraken gemaakt met twee geïnteresseerden om het pand te bezichtigen. Eén van hen kocht het pand op 16 februari 2001 voor een prijs van ƒ 415.000.
De vraag was wat de waarde van het pand ultimo 2000 was. Hof Arnhem ging uit van de verkoopprijs. Volgens het Hof was het in strijd met de redelijkheid en billijkheid om de inspecteur te houden aan de gezamenlijke taxatie. Bij de taxatie was uitgegaan van de onverkoopbaarheid van het pand als gevolg van ernstige gebreken en was geen rekening gehouden met de interesse in het pand. Volgens de Hoge Raad was dat geen aanleiding om de minnelijke taxatie terzijde te schuiven. Hof Den Bosch moet de zaak nu verder behandelen.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u