
Het voor privédoeleinden mogen gebruiken van een auto van de zaak is een vorm van loon in natura. Behoudens bewijs van het tegendeel gaat de wetgever ervan uit dat een auto van de zaak ook privé mag worden gebruikt. Dat betekent dat er altijd een bijtelling bij het inkomen plaatsvindt, tenzij de gebruiker van de auto het bewijs levert dat hij de auto in een kalenderjaar voor niet meer dan
Een procedure voor de rechtbank Arnhem had als geschilpunt de kwalificatie van de ritten die een werknemer maakte om thuis te lunchen. De werknemer meende dat deze ritten onderdeel waren van het woon-werkverkeer. De inspecteur meende dat woon-werkverkeer beperkt was tot de rit aan het begin van de dag naar het werk en de rit aan het einde van de dag terug naar de woning. De lunchritten waren volgens de inspecteur privéritten. Dat standpunt zou tot gevolg hebben dat er een bijtelling bij het loon voor privégebruik auto zou moeten plaatsvinden. Volgens de rechtbank is de frequentie van het woon-werkverkeer niet van belang. De bijtelling verviel omdat de werknemer het bewijs dat hij buiten het woon-werkverkeer minder dan