Looncorrectie slechts toegestaan tot afwijking van gebruikelijk loon 30% is
Een DGA ontving in 1997 van zijn BV een salaris van ƒ 107.790. De belastingdienst was van mening dat het gebruikelijke loon voor hem ƒ 300.000 bedroeg en stelde het salaris op dat bedrag vast. Verder verhoogde de belastingdienst het inkomen met een bedrag van ƒ 8.400 als huurwaarde voor de woning, die de BV aan de DGA ter beschikking stelde. Hof Leeuwarden was van oordeel, dat de inspecteur deze correcties terecht heeft aangebracht. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd, omdat de onderbouwing van het salaris ontbreekt. Het gebruikelijke loon moet bepaald worden aan de hand van het salaris van andere werknemers met soortgelijke dienstbetrekkingen of, als de opbrengsten van de BV (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de arbeid van de directeur, op basis van de opbrengsten van de BV, verminderd met de kosten. De inspecteur heeft geen van beide methoden gebruikt om het gebruikelijke loon te bepalen. Daarom mocht het Hof niet zonder nadere motivering bij de uitspraak van de inspecteur aansluiten. Ook mag de inspecteur het loon niet verder corrigeren dan tot 70 % van het gebruikelijke loon, zelfs niet als het gebruikelijke loon wordt bepaald met een zekere bandbreedte en het niet te hoog is vastgesteld. De zaak is verwezen naar Hof Amsterdam.
Een DGA ontving in 1997 van zijn BV een salaris van ƒ 107.790. De belastingdienst was van mening dat het gebruikelijke loon voor hem ƒ 300.000 bedroeg en stelde het salaris op dat bedrag vast. Verder verhoogde de belastingdienst het inkomen met een bedrag van ƒ 8.400 als huurwaarde voor de woning, die de BV aan de DGA ter beschikking stelde. Hof Leeuwarden was van oordeel, dat de inspecteur deze correcties terecht heeft aangebracht. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd, omdat de onderbouwing van het salaris ontbreekt. Het gebruikelijke loon moet bepaald worden aan de hand van het salaris van andere werknemers met soortgelijke dienstbetrekkingen of, als de opbrengsten van de BV (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de arbeid van de directeur, op basis van de opbrengsten van de BV, verminderd met de kosten. De inspecteur heeft geen van beide methoden gebruikt om het gebruikelijke loon te bepalen. Daarom mocht het Hof niet zonder nadere motivering bij de uitspraak van de inspecteur aansluiten. Ook mag de inspecteur het loon niet verder corrigeren dan tot 70 % van het gebruikelijke loon, zelfs niet als het gebruikelijke loon wordt bepaald met een zekere bandbreedte en het niet te hoog is vastgesteld. De zaak is verwezen naar Hof Amsterdam.