
Wanneer loon niet is uitbetaald, wordt het in fiscale zin geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop het vorderbaar en inbaar is geworden. Vorderbaar wil zeggen dat de werknemer recht heeft op uitbetaling. Inbaar wil zeggen dat de werkgever in staat is het loon te betalen.
De dga van een BV had een loonvordering op de werkgever die in 2003 was opgelopen tot een bedrag van € 232.262. Niet in geschil was dat het loon in 2003 vorderbaar was. De vraag was of het achterstallige loon ook inbaar was. De dga meende van niet, de belastingdienst was de tegenovergestelde mening toegedaan.
Hof Amsterdam oordeelde dat de loonvordering inbaar was. Door de verkoop van activa had de BV op enig moment in 2003 de beschikking over een bedrag van € 380.000 aan liquide middelen. Weliswaar had de BV dat bedrag benut om haar schulden aan een gelieerde BV af te lossen, maar dat had niet tot gevolg dat het loon oninbaar was.