Liquidatieverlies dochter na stilleggen onderneming en aandelenoverdracht niet verrekenbaar

Na het staken van haar onderneming heeft een BV de vordering, die zij heeft op een 100%-dochtermaatschappij afgewaardeerd wegens de slechte vermogenspositie van de dochter. Dat leidt tot een verlies bij de BV. De afgewaardeerde vordering wordt vervolgens in het zelfde jaar gestort op een nieuw uitgegeven aandeel van de dochter. Daardoor realiseert de BV winst tot het bedrag van de afwaardering, zodat per saldo het resultaat van deze transacties neutraal is. Als gevolg van deze handelingen is het opgeofferde bedrag voor de deelneming in de dochter verhoogd met de nominale waarde van de vordering tot een bedrag van ƒ 107 miljoen. Vervolgens worden de aandelen in de BV verkocht. Enkele jaren later wordt de dochter-BV geliquideerd. De BV wil het liquidatieverlies, bestaande uit het opgeofferde bedrag verminderd met de liquidatie-uitkering ten laste van haar resultaat brengen. Dat wordt, volgens Hof Den Haag terecht, geweigerd. De enige waarde van de dochtermaatschappij, die geen activiteiten meer ontplooide, was het opgeofferde bedrag en de mogelijkheid een liquidatieverlies te claimen. De BV zelf verrichtte al enkele jaren geen activiteiten meer. Dat betekent, dat het verlies op de dochter toen al aanwezig was. Oude verliezen van BV’s met stilgelegde ondernemingen zijn na overdracht van de aandelen niet verrekenbaar met nieuwe winsten. Dat gold ook voor het liquidatieverlies op de deelneming.
Na het staken van haar onderneming heeft een BV de vordering, die zij heeft op een 100%-dochtermaatschappij afgewaardeerd wegens de slechte vermogenspositie van de dochter. Dat leidt tot een verlies bij de BV. De afgewaardeerde vordering wordt vervolgens in het zelfde jaar gestort op een nieuw uitgegeven aandeel van de dochter. Daardoor realiseert de BV winst tot het bedrag van de afwaardering, zodat per saldo het resultaat van deze transacties neutraal is. Als gevolg van deze handelingen is het opgeofferde bedrag voor de deelneming in de dochter verhoogd met de nominale waarde van de vordering tot een bedrag van ƒ 107 miljoen. Vervolgens worden de aandelen in de BV verkocht. Enkele jaren later wordt de dochter-BV geliquideerd. De BV wil het liquidatieverlies, bestaande uit het opgeofferde bedrag verminderd met de liquidatie-uitkering ten laste van haar resultaat brengen. Dat wordt, volgens Hof Den Haag terecht, geweigerd. De enige waarde van de dochtermaatschappij, die geen activiteiten meer ontplooide, was het opgeofferde bedrag en de mogelijkheid een liquidatieverlies te claimen. De BV zelf verrichtte al enkele jaren geen activiteiten meer. Dat betekent, dat het verlies op de dochter toen al aanwezig was. Oude verliezen van BV’s met stilgelegde ondernemingen zijn na overdracht van de aandelen niet verrekenbaar met nieuwe winsten. Dat gold ook voor het liquidatieverlies op de deelneming.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u