
Bij de inbreng in of overdracht van een onderneming aan een BV kan de ondernemer als tegenprestatie voor de ingebrachte of overgedragen onderneming een recht op lijfrente bedingen van de BV. De vraag is of het mogelijk is een lijfrente van een BV te bedingen als de onderneming wordt ingebracht in een maatschap met een BV.
Deze vraag was aan de orde in een procedure die betrekking had op een echtpaar dat in maatschapsverband een akkerbouwbedrijf en een veehouderij dreef. Het echtpaar ging met een door hen opgerichte BV een maatschap aan. De onderneming werd ingebracht in de maatschap. Beide echtgenoten bedongen bij de BV een recht op lijfrente.
In december 2002 leende het echtpaar een bedrag van € 278.000 van een bank. Op 27 december 2002 stortten zij de lijfrentepremie van in totaal € 418.313 op de bankrekening van de BV. In 2003 loste de BV vrijwel de gehele schuld aan de bank af. De inspecteur honoreerde de aftrek van lijfrentepremie maar voor een klein gedeelte.
Naar het oordeel van Hof Den Bosch was dat terecht omdat voor het resterende deel van de lijfrentepremie ad € 190.431 per persoon niet was voldaan aan de in de Wet IB 2001 gestelde voorwaarden voor aftrek van lijfrentepremie. Volgens het hof geen sprake van de overdracht van (een gedeelte van) een onderneming aan de BV.
Dat oordeel is volgens de Hoge Raad onjuist omdat door de inbreng van de onderneming in een maatschap met de BV een evenredig deel van de onderneming was overgedragen aan de BV. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar Hof Arnhem voor een nieuwe behandeling van de zaak in volle omvang. De Hoge Raad merkt nog op dat wanneer de waarde van de bedongen lijfrente hoger is dan de waarde van de overgedragen onderneming een bijbetaling in contanten aftrek van de premie niet verhindert.