Lichaam heeft voor teruggaaf regulerende energiebelasting statuten nodig
De Hoge Raad heeft twee arresten gewezen over teruggaaf van regulerende energiebelasting aan instellingen. Voor een dergelijke teruggaaf is vereist dat de verzoekende instelling beschikt over statuten. Beide arresten hebben betrekking op instellingen zonder statuten die toch een teruggaaf claimden.De eerste casus betrof de gemeente Leiderdorp. Deze gemeente diende een verzoek in om gedeeltelijke teruggaaf van de aan haar in rekening gebrachte regulerende energiebelasting over het jaar 2000. De inspecteur wees dat verzoek, naar het oordeel van Hof Den Haag terecht, af. De gemeente had uiteraard geen statuten. Het Hof verwierp de zienswijze van de gemeente dat dit vereiste niet méér betekenis had dan dat de doelstelling van de instelling kenbaar was. De tweede casus betrof een "openbaar lichaam" dat voor de deelnemende gemeenten de taken uitvoert op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening. Ook deze instelling beschikte niet over statuten. Hof Den Bosch was van oordeel dat de instelling een aantal grondregels kende die met statuten gelijk te stellen waren. Volgens het Hof viel uit de tekst van de wetsbepaling niet af te leiden dat het de bedoeling van de wetgever was dat alleen de genoemde lichamen genoemd voor teruggaaf van regulerende energiebelasting in aanmerking kwamen. De Hoge Raad oordeelde dat de tekst van het betreffende wetsartikel was afgestemd op teruggaaf van belasting voor privaatrechtelijke instellingen. Publiekrechtelijke rechtspersonen vallen buiten de doelgroep van deze bepaling. Uit de wetsgeschiedenis kan niet worden afgeleid dat de wetgever de bedoeling heeft gehad aan die bepaling een ruimer toepassingsbereik te geven. In beide gevallen was er geen recht op teruggaaf van regulerende energiebelasting.
De Hoge Raad heeft twee arresten gewezen over teruggaaf van regulerende energiebelasting aan instellingen. Voor een dergelijke teruggaaf is vereist dat de verzoekende instelling beschikt over statuten. Beide arresten hebben betrekking op instellingen zonder statuten die toch een teruggaaf claimden.De eerste casus betrof de gemeente Leiderdorp. Deze gemeente diende een verzoek in om gedeeltelijke teruggaaf van de aan haar in rekening gebrachte regulerende energiebelasting over het jaar 2000. De inspecteur wees dat verzoek, naar het oordeel van Hof Den Haag terecht, af. De gemeente had uiteraard geen statuten. Het Hof verwierp de zienswijze van de gemeente dat dit vereiste niet méér betekenis had dan dat de doelstelling van de instelling kenbaar was. De tweede casus betrof een "openbaar lichaam" dat voor de deelnemende gemeenten de taken uitvoert op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening. Ook deze instelling beschikte niet over statuten. Hof Den Bosch was van oordeel dat de instelling een aantal grondregels kende die met statuten gelijk te stellen waren. Volgens het Hof viel uit de tekst van de wetsbepaling niet af te leiden dat het de bedoeling van de wetgever was dat alleen de genoemde lichamen genoemd voor teruggaaf van regulerende energiebelasting in aanmerking kwamen. De Hoge Raad oordeelde dat de tekst van het betreffende wetsartikel was afgestemd op teruggaaf van belasting voor privaatrechtelijke instellingen. Publiekrechtelijke rechtspersonen vallen buiten de doelgroep van deze bepaling. Uit de wetsgeschiedenis kan niet worden afgeleid dat de wetgever de bedoeling heeft gehad aan die bepaling een ruimer toepassingsbereik te geven. In beide gevallen was er geen recht op teruggaaf van regulerende energiebelasting.