Late aanslag geen reden voor verlaging heffingsrente
Bij het opleggen van een aanslag inkomstenbelasting wordt heffingsrente berekend. De periode waarover heffingsrente wordt berekend eindigt op de dag van de dagtekening van het aanslagbiljet. Dat betekent dat hoe later de inspecteur de aanslag oplegt, hoe hoger de heffingsrente uitvalt. Het is de bedoeling dat de inspecteur binnen drie maanden na het indienen van een aangifte een (voorlopige) aanslag heeft vastgesteld. Het overschrijden van die termijn heeft echter niet tot gevolg dat de heffingsrente wordt verminderd. Alleen wanneer de belastingdienst geen gehoor geeft aan een uitdrukkelijk verzoek om vaststelling van een (nadere) voorlopige aanslag is er een reden om de heffingsrente te verminderen.
Zelfs in het geval waarin twee echtgenoten gelijktijdig hun aangifte inkomstenbelasting hebben ingeleverd en aan de ene echtgenoot wel een aanslag wordt opgelegd, maar aan de andere niet binnen de driemaandstermijn een voorlopige aanslag is opgelegd, is geen reden voor beperking van de heffingsrente, zolang het tijdvak waarover de heffingsrente is berekend niet onredelijk lang is.
Bij het opleggen van een aanslag inkomstenbelasting wordt heffingsrente berekend. De periode waarover heffingsrente wordt berekend eindigt op de dag van de dagtekening van het aanslagbiljet. Dat betekent dat hoe later de inspecteur de aanslag oplegt, hoe hoger de heffingsrente uitvalt. Het is de bedoeling dat de inspecteur binnen drie maanden na het indienen van een aangifte een (voorlopige) aanslag heeft vastgesteld. Het overschrijden van die termijn heeft echter niet tot gevolg dat de heffingsrente wordt verminderd. Alleen wanneer de belastingdienst geen gehoor geeft aan een uitdrukkelijk verzoek om vaststelling van een (nadere) voorlopige aanslag is er een reden om de heffingsrente te verminderen.
Zelfs in het geval waarin twee echtgenoten gelijktijdig hun aangifte inkomstenbelasting hebben ingeleverd en aan de ene echtgenoot wel een aanslag wordt opgelegd, maar aan de andere niet binnen de driemaandstermijn een voorlopige aanslag is opgelegd, is geen reden voor beperking van de heffingsrente, zolang het tijdvak waarover de heffingsrente is berekend niet onredelijk lang is.