Landbouwvrijstelling niet van toepassing op verkoop grond aan natuurbeheervereniging
Een ondernemer verkocht zijn landbouwbedrijf in 1998 aan een vereniging, die op die landerijen een natuurgebied tot ontwikkeling wilde laten komen. De vereniging liet de landerijen extensief begrazen om bosvorming te voorkomen. Er was geen sprake van een agrarisch bedrijf maar van natuurbeheer. Dat had tot gevolg, dat de landbouwvrijstelling bij de verkoper niet van toepassing was, omdat niet aan de voorwaarde daarvoor was voldaan. Die vrijstelling was immers alleen van toepassing als de grond ten tijde van de verkoop niet waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf zou worden aangewend. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof, dat de voorgenomen aanwending van de gronden niet was gericht op het voortbrengen van dierlijke of plantaardige producten.
Een ondernemer verkocht zijn landbouwbedrijf in 1998 aan een vereniging, die op die landerijen een natuurgebied tot ontwikkeling wilde laten komen. De vereniging liet de landerijen extensief begrazen om bosvorming te voorkomen. Er was geen sprake van een agrarisch bedrijf maar van natuurbeheer. Dat had tot gevolg, dat de landbouwvrijstelling bij de verkoper niet van toepassing was, omdat niet aan de voorwaarde daarvoor was voldaan. Die vrijstelling was immers alleen van toepassing als de grond ten tijde van de verkoop niet waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf zou worden aangewend. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof, dat de voorgenomen aanwending van de gronden niet was gericht op het voortbrengen van dierlijke of plantaardige producten.