Landbouwvrijstelling niet van toepassing op door ander gebruikt perceel
Een ondernemer dreef een loonbedrijf. Tot zijn ondernemingsvermogen rekende hij een perceel landbouwgrond. Bij de verkoop van dat perceel claimde hij de toepassing van de landbouwvrijstelling. In navolging van de inspecteur besliste Hof Den Haag, dat de ondernemer niet voldeed aan het vereiste dat hij feitelijk een landbouwbedrijf had gedreven op het bedoelde perceel, omdat hij de grond aan een ander in gebruik had gegeven tegen een vergoeding. De ondernemer slaagde niet in de op hem rustende bewijslast dat hij wel aan dit vereiste had voldaan. Uit de feiten bleek dat in ieder geval sinds 1985 tot aan het tijdstip van vervreemding de grond niet door de ondernemer zelf was bewerkt.
Een ondernemer dreef een loonbedrijf. Tot zijn ondernemingsvermogen rekende hij een perceel landbouwgrond. Bij de verkoop van dat perceel claimde hij de toepassing van de landbouwvrijstelling. In navolging van de inspecteur besliste Hof Den Haag, dat de ondernemer niet voldeed aan het vereiste dat hij feitelijk een landbouwbedrijf had gedreven op het bedoelde perceel, omdat hij de grond aan een ander in gebruik had gegeven tegen een vergoeding. De ondernemer slaagde niet in de op hem rustende bewijslast dat hij wel aan dit vereiste had voldaan. Uit de feiten bleek dat in ieder geval sinds 1985 tot aan het tijdstip van vervreemding de grond niet door de ondernemer zelf was bewerkt.