Kwalificatie verhuuractiviteiten

De inkomsten uit het beheren van vermogen vallen in box 3 als inkomsten uit sparen en beleggen. Wanneer de activiteiten rond het beheren van het vermogen zodanige omvang aannemen dat zij normaal actief vermogensbeheer te boven gaan, kan sprake zijn van winst uit onderneming. De opbrengsten vallen dan niet in box 3 maar in box 1. De eigenaar van een aantal verhuurpanden had tot en met het jaar 2000 de resultaten uit de verhuur als winst uit onderneming aangegeven. Met ingang van 2001 rekende hij de panden tot het vermogen van box 3. De belastingdienst volgde tot 1998 de kwalificatie van de resultaten als winst uit onderneming. Bij de behandeling van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 1998 nam de belastingdienst het standpunt in dat de onderneming in dat jaar was gestaakt. Daarop ontstond een langlopende discussie over de fiscale kwalificatie van de panden en de verhuurresultaten. In 2005 nam de belastingdienst het standpunt in dat sprake was van winst uit onderneming. De aanslagen over de jaren 1998 tot en met 2002 waren echter opgelegd uitgaande van inkomsten uit vermogen resp. uit sparen en beleggen. Een van de panden werd in 2003 verkocht. De belastingdienst wilde een deel daarvan belasten als winst uit onderneming. Daarttoe moest de belastingdienst bewijzen dat de verhuurder meer werkzaamheden had verricht dan voor normaal vermogensbeheer gebruikelijk is. De rechtbank vond niet aannemelijk dat de eigenaar meer werkzaamheden had verricht dan het innen van de huren en het uitvoeren van onderhouds- en renovatiewerkzaamheden aan panden en tuinen. De verhuuractiviteiten waren duurzaam verliesgevend. Zo al sprake was geweest van extra activiteiten, dan hadden deze in ieder geval niet geleid tot een hogere opbrengst.
De inkomsten uit het beheren van vermogen vallen in box 3 als inkomsten uit sparen en beleggen. Wanneer de activiteiten rond het beheren van het vermogen zodanige omvang aannemen dat zij normaal actief vermogensbeheer te boven gaan, kan sprake zijn van winst uit onderneming. De opbrengsten vallen dan niet in box 3 maar in box 1.
De eigenaar van een aantal verhuurpanden had tot en met het jaar 2000 de resultaten uit de verhuur als winst uit onderneming aangegeven. Met ingang van 2001 rekende hij de panden tot het vermogen van box 3. De belastingdienst volgde tot 1998 de kwalificatie van de resultaten als winst uit onderneming. Bij de behandeling van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 1998 nam de belastingdienst het standpunt in dat de onderneming in dat jaar was gestaakt. Daarop ontstond een langlopende discussie over de fiscale kwalificatie van de panden en de verhuurresultaten. In 2005 nam de belastingdienst het standpunt in dat sprake was van winst uit onderneming. De aanslagen over de jaren 1998 tot en met 2002 waren echter opgelegd uitgaande van inkomsten uit vermogen resp. uit sparen en beleggen.
Een van de panden werd in 2003 verkocht. De belastingdienst wilde een deel daarvan belasten als winst uit onderneming. Daarttoe moest de belastingdienst bewijzen dat de verhuurder meer werkzaamheden had verricht dan voor normaal vermogensbeheer gebruikelijk is.
De rechtbank vond niet aannemelijk dat de eigenaar meer werkzaamheden had verricht dan het innen van de huren en het uitvoeren van onderhouds- en renovatiewerkzaamheden aan panden en tuinen. De verhuuractiviteiten waren duurzaam verliesgevend. Zo al sprake was geweest van extra activiteiten, dan hadden deze in ieder geval niet geleid tot een hogere opbrengst.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u