Kwade trouw bij niet indienen aangifte?

De belastingdienst kan door het opleggen van een navorderingsaanslag een aanvankelijk te lage aanslag herstellen. Voorwaarde om een navorderingsaanslag op te leggen is dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit, dat wil zeggen een feit dat hem ten tijde van het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was of hoefde te zijn. Een nieuw feit is niet vereist als de belastingplichtige te kwader trouw heeft gehandeld. Dat is aan de orde als de belastingplichtige de inspecteur opzettelijk niet de juiste inlichtingen heeft verstrekt. Hof Amsterdam achtte in de volgende casus kwade trouw aanwezig. Het betrof een vrouw die na haar echtscheiding per 1 december 1998 in Spanje ging wonen. Voor de emigratiedatum betaalde haar ex-echtgenoot alimentatie. De alimentatieverplichting werd na de emigratie afgekocht door een betaling ineens. Haar belastingadviseur verzocht de belastingdienst om alle correspondentie voor de vrouw aan hem toe te zenden. De belastingdienst voldeed aan dat verzoek en stuurde de belastingadviseur een vragenformulier emigratie en een aangiftebiljet inkomstenbelasting voor het jaar 1998. Deze formulieren werden niet geretourneerd. Ook het nieuwe adres werd niet aan de belastingdienst meegedeeld. Volgens het Hof had de belanghebbende daardoor de inspecteur opzettelijk niet geïnformeerd. De belastingdienst zond geen rappel om de formulieren in te leveren en legde ook geen primitieve aanslag op voor het jaar 1998. Pas in 2003, na de aanvraag van een nieuw paspoort, raakte de inspecteur op de hoogte van het adres van de belanghebbende. Naar dat adres stuurde de inspecteur de navorderingsaanslag en de boetebeschikking. Een kopie van de navorderingsaanslag werd betekend aan het parket van de Officier van Justitie te Haarlem. Deze betekening werd in december 2003 gemeld in een landelijk dagblad. De Hoge Raad achtte het oordeel van het Hof dat de navorderingsaanslag binnen de hiervoor geldende termijn was vastgesteld juist. Van belang daarbij was de betekening van een kopie van het aanslagbiljet nog binnen de navorderingstermijn aan het parket van de Officier van Justitie. Het oordeel van het Hof ten aanzien van het bestaan van kwade trouw deelde de Hoge Raad niet. Het Hof had moeten reageren op het betoog van de belanghebbende dat het inschakelen van een gerenommeerd belastingadvieskantoor er juist op duidde dat de belanghebbende aan haar fiscale verplichtingen wenste te voldoen. Als zij inderdaad de opdracht had gegeven om haar aangifte te verzorgen en in te dienen is er alleen onder bijzondere omstandigheden sprake van opzet om de inspecteur de juiste inlichtingen te onthouden.
De belastingdienst kan door het opleggen van een navorderingsaanslag een aanvankelijk te lage aanslag herstellen. Voorwaarde om een navorderingsaanslag op te leggen is dat de inspecteur beschikt over een nieuw feit, dat wil zeggen een feit dat hem ten tijde van het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was of hoefde te zijn. Een nieuw feit is niet vereist als de belastingplichtige te kwader trouw heeft gehandeld. Dat is aan de orde als de belastingplichtige de inspecteur opzettelijk niet de juiste inlichtingen heeft verstrekt.
Hof Amsterdam achtte in de volgende casus kwade trouw aanwezig. Het betrof een vrouw die na haar echtscheiding per 1 december 1998 in Spanje ging wonen. Voor de emigratiedatum betaalde haar ex-echtgenoot alimentatie. De alimentatieverplichting werd na de emigratie afgekocht door een betaling ineens. Haar belastingadviseur verzocht de belastingdienst om alle correspondentie voor de vrouw aan hem toe te zenden. De belastingdienst voldeed aan dat verzoek en stuurde de belastingadviseur een vragenformulier emigratie en een aangiftebiljet inkomstenbelasting voor het jaar 1998. Deze formulieren werden niet geretourneerd. Ook het nieuwe adres werd niet aan de belastingdienst meegedeeld. Volgens het Hof had de belanghebbende daardoor de inspecteur opzettelijk niet geïnformeerd.
De belastingdienst zond geen rappel om de formulieren in te leveren en legde ook geen primitieve aanslag op voor het jaar 1998. Pas in 2003, na de aanvraag van een nieuw paspoort, raakte de inspecteur op de hoogte van het adres van de belanghebbende. Naar dat adres stuurde de inspecteur de navorderingsaanslag en de boetebeschikking. Een kopie van de navorderingsaanslag werd betekend aan het parket van de Officier van Justitie te Haarlem. Deze betekening werd in december 2003 gemeld in een landelijk dagblad.
De Hoge Raad achtte het oordeel van het Hof dat de navorderingsaanslag binnen de hiervoor geldende termijn was vastgesteld juist. Van belang daarbij was de betekening van een kopie van het aanslagbiljet nog binnen de navorderingstermijn aan het parket van de Officier van Justitie.
Het oordeel van het Hof ten aanzien van het bestaan van kwade trouw deelde de Hoge Raad niet. Het Hof had moeten reageren op het betoog van de belanghebbende dat het inschakelen van een gerenommeerd belastingadvieskantoor er juist op duidde dat de belanghebbende aan haar fiscale verplichtingen wenste te voldoen. Als zij inderdaad de opdracht had gegeven om haar aangifte te verzorgen en in te dienen is er alleen onder bijzondere omstandigheden sprake van opzet om de inspecteur de juiste inlichtingen te onthouden.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u