
Iemand kocht in verband met zijn invaliditeit in het jaar 2005 een scootmobiel voor een bedrag van € 5.840. In zijn aangifte inkomstenbelasting bracht hij de gehele koopsom als buitengewone uitgaven in aftrek. De inspecteur accepteerde dat niet en stond slechts de aftrek van de afschrijvingskosten toe. Hof Leeuwarden deelde de opvatting van de inspecteur.
In cassatie oordeelde de Hoge Raad als volgt. De uitgaven voor een betrekkelijk kostbaar hulpmiddel, dat meerdere jaren kan worden gebruikt, moeten worden toegerekend aan de jaren van gebruik. Alleen in het geval een hulpmiddel specifiek aan de situatie van de gebruiker is aangepast en het daardoor geen of weinig marktwaarde heeft, mogen de aanschafkosten ineens in aftrek worden gebracht.
In dit geval had het hof vastgesteld dat de scootmobiel ook na het jaar van aanschaf zijn waarde behield, aangezien er een tweedehandsmarkt voor scootmobielen bestaat.