Kosten verbouwing woon-praktijkpand t.b.v. zelfbewoning na staking niet zakelijk

Een ondernemer verminderde in het jaar waarin hij zijn onderneming beëindigde zijn winst met een bedrag aan verbouwingskosten. Het ging om de kosten om het voormalige praktijkgedeelte van zijn woning geschikt te maken voor bewoning. Volgens Hof Arnhem zijn dergelijke kosten in de regel geen ondernemingskosten, omdat daarmee de zakelijke belangen van de onderneming niet worden gediend. Het is aan de ondernemer om aan te geven waarom in zijn geval wel sprake is van in de sfeer van de onderneming liggende verbouwingskosten. De belastingadviseur van de ondernemer had echter in de aangifte de post “verbouwing praktijkgedeelte” zonder enige vorm van toelichting opgenomen onder de schulden, ondanks dat de verbouwing nog niet had plaatsgevonden en er nog geen juridisch afdwingbare verplichtingen waren aangegaan. Naar het oordeel van het Hof was de gekozen benadering niet consequent doorgevoerd omdat met de nog te verrichten verbouwing geen rekening was gehouden bij de bepaling van de winst die werd behaald bij de overgang van het praktijkgedeelte naar het privé-vermogen.Volgens het Hof moest de belastingadviseur zich op zijn minst bewust zijn geweest dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de aangifte op het punt van de verbouwingskosten onjuist was. Dat had hem er echter niet van weerhouden om de aangifte zonder nadere toelichting in te dienen. Wegens aan de ondernemer toe te rekenen voorwaardelijke opzet van de adviseur had de inspecteur terecht een vergrijpboete opgelegd. Die boete bedroeg 50 % van de over het bedrag van de correctie verschuldigde belasting.
Een ondernemer verminderde in het jaar waarin hij zijn onderneming beëindigde zijn winst met een bedrag aan verbouwingskosten. Het ging om de kosten om het voormalige praktijkgedeelte van zijn woning geschikt te maken voor bewoning. Volgens Hof Arnhem zijn dergelijke kosten in de regel geen ondernemingskosten, omdat daarmee de zakelijke belangen van de onderneming niet worden gediend. Het is aan de ondernemer om aan te geven waarom in zijn geval wel sprake is van in de sfeer van de onderneming liggende verbouwingskosten. De belastingadviseur van de ondernemer had echter in de aangifte de post “verbouwing praktijkgedeelte” zonder enige vorm van toelichting opgenomen onder de schulden, ondanks dat de verbouwing nog niet had plaatsgevonden en er nog geen juridisch afdwingbare verplichtingen waren aangegaan. Naar het oordeel van het Hof was de gekozen benadering niet consequent doorgevoerd omdat met de nog te verrichten verbouwing geen rekening was gehouden bij de bepaling van de winst die werd behaald bij de overgang van het praktijkgedeelte naar het privé-vermogen.Volgens het Hof moest de belastingadviseur zich op zijn minst bewust zijn geweest dat er een aanmerkelijke kans bestond dat de aangifte op het punt van de verbouwingskosten onjuist was. Dat had hem er echter niet van weerhouden om de aangifte zonder nadere toelichting in te dienen. Wegens aan de ondernemer toe te rekenen voorwaardelijke opzet van de adviseur had de inspecteur terecht een vergrijpboete opgelegd. Die boete bedroeg 50 % van de over het bedrag van de correctie verschuldigde belasting.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u