
De inkomsten van een verspreider en bezorger van dag- en weekbladen werden aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. Dat had tot gevolg dat de kosten die de verspreider maakte in verband met zijn werk in aftrek konden worden gebracht op de inkomsten.
De opdrachtgever van de verspreider verplichtte hem om naast de beschikking over een auto die nodig was voor het verrichten van het werk ook de beschikking te hebben over een reserveauto voor noodgevallen. Voor de eerste auto betaalde de opdrachtgever een kostenvergoeding. De vaste kosten van de reserveauto, bestaande uit verzekering en belasting bedroegen in 2004 € 3.420 en in 2005 € 3.180. De verspreider hield voor de reserveauto geen kilometeradministratie bij.
In geschil was of de verspreider de vaste kosten van de reserveauto in mindering kon brengen op het resultaat uit werkzaamheid. De reserveauto maakte geen deel uit van het werkzaamheidsvermogen, maar was eigendom van een familielid van de verspreider. Omdat de verspreider niet aannemelijk kon maken dat de auto zakelijk werd gebruikt en hoeveel kilometers hij zakelijk had gereden met de reserveauto kon hij geen kosten van de auto in mindering op zijn inkomsten brengen. Zou de reserveauto wel tot het werkzaamheidsvermogen behoren, dan had de verspreider voor het privégebruik een onttrekking in aanmerking moeten nemen. Vanwege het ontbreken van een kilometeradministratie kon de verspreider niet bewijzen dat het privégebruik per jaar niet meer dan